zaterdag 14 november 2009

104. Doet u dat nu niet!

Goedheiligman!
Wij zijn blij dat U weer in ons land bent aangekomen. U stapte correct aan land te Schiedam. Ik was nog bang geweest dat men U wat jenever had gegeven, zodat U nog nauwelijks op Uw schimmel zou kunnen klimmen, maar ook dat onderdeel ging voortreffelijk. U heeft, voor Uw jaren, nog een goede stem, waarmee U voortreffelijk sprak. Dat ging dus ook goed. Maar U maakte daarna wel huppelpasjes, die een bisschop onwaardig zijn. Dat was dus minder goed. Maar over het geheel genomen: een behouden aankomst.
Sint! Mijn geloof in de goede God is nog exact wat dat geloof vorig jaar was: non-existent. Maar ik heb in dit jaar, jegens niemand, een slechte daad begaan. U moogt ook controleren hoeveel stukjes ik het afgelopen jaar heb geschreven. Het is dus de hoogste tijd dat U ook eens langskomt op mijn adres, en met cadeaux! Ik bedoel niet met die paarse kaars, die U mij zes jaar geleden schonk, ik bedoel echte cadeaux. Daar heb ik zo langzamerhand toch wel recht op.
Meer specifiek wordend: ik verwacht een doos Meccano en de laatste Nabokov. Op zijn minst. Want het kan niet zo zijn dat ik me een jaar lang goed gedraag, en dat daar geen ordentelijke beloning voor bestaat.
Dus nu weet U het, Sint. Ik verwacht cadeaux dit jaar! En niet aankomen op 6 december met: het was crisis dit jaar, dus het moest allemaal wat minder. Want dat geloof ik toch niet. Als ik géén cadeaux krijg, dit jaar, dan zult U op een verschrikkelijke wijze ontmaskerd worden. Die ontmaskering zal plaatsvinden op zondag 6 december a.s. op dit blog.
Maar ik acht het waarschijnlijker dat er geen ontmaskering zal hoeven plaatsvinden, goede Sint, en dat u mij dit jaar — eindelijk — cadeaux zult willen geven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten