Banaal vindt u het misschien, maar ik haal een titel altijd uit het vorige stukje. Dat doe ik meestal even na twaalven ’s avonds en dan schrijf ik er de volgende ochtend een passend stukje bij. Zo werk ik nu eenmaal. Ik heb dus een titel, en daar hangt het stukje van af. Niet andersom. Ik probeer het me ook soms moeilijk te maken, zoals dit keer.
Echter, zo moeilijk is het niet om met mijn titel van vandaag iets te doen.
Nadat je een titel gevonden hebt, ga je slapen. Dan is je dag afgelopen, je bent verlost, alle pijnen zijn vergeten enzovoorts. Het is bij mij nog wel zo, dat ik in mijn bed duik, denkend: had ik niet een
betere titel kunnen hebben? Dat is een vraag waar ik meestal mee in slaap val.
Hoe laat sta ik op? Negen uur dertig sta ik op, dan bel ik mijn geliefde om te vragen of zij ook opgestaan is (eigenlijk: of ze niet ziek in bed is blijven liggen). Daarna de gewone werkzaamheden: douchen, ontbijtje, koffie, computer aanzetten.
Ongeveer om tien uur kunt u mij dus bereiken. Telefonisch, per mail, persoonlijk. Maar nu het vreemde verhaal dat me vanochtend overkomen is. U moet weten, ’s ochtends zet ik eerst een stukje
Glenn Gould op. Dat ritueel werd vanochtend ruw verstoord, er werd op mijn raam geklopt. U moet ook weten dat zelfs het tikken van een klok mij al van stuk kan maken.
Ondanks dat, ik deed mijn deur open. Daar stond Adrie Verver, een zeer oude kennis uit Limmen. Adrie was, net als ik, al zeer verouderd, maar ik herkende hem meteen.
Gratis koffie dus. Praatje maken. U weet wel hoe dat gaat: hoe is het met jou, nu? Wel, het ging slecht met Adrie, hij zocht woonruimte, maar kon niets vinden. ‘Waar ben je ingeschreven?,’ vroeg ik. ‘Nergens,’ zei hij.
Een
onrendabel geval, dus, redeneerde ik meteen, want zo moet je dat zien volgens Marcel van Dam. Ik nam meteen verschillende biljetten van tien, twintig en vijftig euro’s (die overal in het huis rondlagen) in beslag en stak ze ferm in mijn rechterbroekzak. Want je weet het niet hè?
Bovendien wist ik al dat Adrie een gevangenisstraf voor het een en ander had uitgezeten. Dus dan kijk je wel uit, niet?
Over het geheel genomen viel het bezoek van Adrie me nog wel mee. Er waren kleine gewelddadigheden, die ik in de kiem gesmoord heb kunnen houden.
Overigens, Adrie
is een gevaarlijk persoon. U moet er niet mee omgaan, ik waarschuw u.
Maar u snapt nu wel waarom de titel van dit stukje zo slecht was, en gewoon
Acrostichon had moeten luiden.