maandag 27 februari 2012

334. Beter voor de wereld

Ik heb me maar niet gemengd in de discussie over die NRC-journaliste die iets te positieve berichten over Friso schreef en dat had zeer zeker absoluut en vanzelfsprekend never en nooit mogen gebeuren. Ook het gedoe in dat Amsterdamse ziekenhuis en die nare meneer Oerlemans van Eyeworks heb ik maar aan me voorbij laten gaan. Beide zaken zijn trouwens afdoende behandeld door collega Molovich.
Ik heb me de afgelopen weken onder meer bezig gehouden met de Culturele Revolutie (1966-’76) in China. Ja, kinderen, wat was dat nu? In de jaren vóór die Culturele Revolutie had Mao – we schreven toen nog Mao Tse Toeng en niet zoals nu Mao Zedong, zoals we Peking ook nog niet Bejing noemden – gezegd: we moeten transparanter zijn, dus uit uw kritiek! Die kritiek kwam er, en toen riep Mao in 1966 de studenten en arbeiders op om de criticasters neer te slaan, te vermoorden of op werkkamp in deze of gene onherbergzame streek te sturen. Het eigenaardige is dat nu bijna geen Chinees meer iets weet van dat decennium, hoewel toch in bijna elke Chinese familie een slachtoffer te vinden was, en u moet de naam Xu Weixin maar eens opgooglen. Xu Weixin is een kunstenaar die er vijf jaar over heeft gedaan om 100 portretten te maken van mensen (zowel slachtoffers als daders) uit de jaren van die Culturele Revolutie. Opdat wij niet vergeten, is zijn thema.
Dat ‘vergeten’ van een zo belangrijke periode in je geschiedenis, dat bestaat overigens natuurlijk niet. Er wordt niet over geschreven en gepraat in China, dat is iets heel anders. Daarom is het goed dat Xu Weixin die 100 portretten heeft gemaakt.
En verder heb ik me bezig gehouden met de kunstwerken van Eric G.C. Weets, van wie ook een werk staat boven dit stukje. Hij schildert sinds een jaar of vijf in zwartwit: meer kleuren leiden alleen maar af, zegt hij. Dat kan ik me wel voorstellen, al heb je net als een kaartenmaker maar drie kleuren nodig om de zaak op orde te krijgen. 
Zijn schilderijen (die hij gewoon titelt met nr. 20, nr. 21 enz.) zijn een aardig kijkwerkje, net zoals de schilderijen van Jeroen Bosch dat zijn, waar ze in de verte aan doen denken. Hij begint overigens altijd rechtsboven te schilderen (hij is linkshandig) en schildert dan gewoon door, totdat het doek vol is. Het totaalresultaat is een bijna dromerig geheel van honderden figuurtjes, een karretje, een toren, een mannetje met één oog, een rups met tien voetjes, een varken met twee mensentepels...
Het schijnt dat hij in India woont. Dat Indiase zit ook in zijn werk, dat ik om één of andere reden prachtig vind.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen