donderdag 31 december 2009

(Pauzebericht:) Nina Hagen gaat vreemd

De eerste keer dat ik haar naam hoorde, was toen ik een column van Tamar las in Vrij Nederland, in 1978 of ’79. Tamar vond Nina Hagen, met haar Berlijnse accent en Berlijnse humor, een goede zangeres. Dat was ze ook. Haar mooiste nummer heb ik altijd Unbeschreiblich weiblich gevonden, van haar eerste elpee, Nina Hagen Band.
Ze leidde in de jaren zeventig en tachtig een tamelijk ruig leven, dat tenslotte uitmondde in interesse voor het hindoeïsme. Het bekende verhaal, zult u zeggen. Maar Nina heeft nu ingezien dat ze op het verkeerde pad zat. Ze is teruggekeerd uit India en heeft zich op de wetenschap gestort, pardon, ze is lid van de protestantse kerk geworden. Ze heeft Jezus gevonden.
Hoe kan dat toch? Als sommige mensen (gelukkig zijn het er zeer weinig) maar twintig of dertig jaar achtereen drugs gebruiken, hebben ze dan hun hersenpan te lang laten koken? In elk geval zijn ze in een oogwenk bekeerd, in die toestand.

151. In alle redelijkheid

Geachte Heer Officier der Strijdkrachten Van der Blij,
Dit is een brief van een uitermate toegewijd, maar ook zeer teleurgesteld lid van Uw landmacht. Van Uw peloton. Tijdens ons ‘laatste thuisweekend’ bevond ik mij op mijn huisadres (Noordvaart 231, Dirkswoud), niet alleen om mij mentaal voor te bereiden op Uruzgan, maar ook om me te kwijten van de noodzakelijke huishoudelijke werkzaamheden, zoals daar zijn: het wassen der gordijnen, het schoonwissen der ruiten, binnens- en buitenshuis, en het opruimen van het keukengedeelte, kortom, wat door onze sergeant wordt aangeduid als het ‘bijeenharken der vorken en messen’.
Toen ik deze werkzaamheden had verricht, zonder enig gevaar voor onze missie te Uruzgan, bemerkte ik dat een kamerlampje het niet meer deed. Een lampje in het plafond. Ik plaatste dus een keukentrapje onder de plaats des onlichts en probeerde of ik er zo bij kon. De afstand tussen mijn hand en het kapotte lampje was nog 8 centimeter, dus ik klom weer van het trapje af, om enige boeken te zoeken die ik op het trapje kon plaatsen. Ik vond uiteindelijk de Atlas der Wereldgeschiedenis en het boek ‘De zoon van Dik Trom’ van C. Joh. Kievit, beide boeken in een stevige uitvoering. Ik haalde vervolgens een nieuw lampje van 75 Watt tevoorschijn en betrad daarmee opnieuw het trapje, nu met daarop de twee boeken. Ik betrad de twee boeken, om bij het kapotte lampje te kunnen geraken. Ik draaide het kapotte lampje uit de fitting, en toen gebeurde het: ik kwam te vallen.
Ik bleef even bewusteloos liggen, en bemerkte toen een grote pijn aan mijn linker elleboog (vermoedelijk verbrijzeld), mijn beide grote tenen (beide vermoedelijk ontzet) en aan mijn neus, die vermoedelijk gebroken is.
Ik schrijf U deze brief onmiddellijk, ik lig nog in de ambulance die mij gaat brengen naar ik weet niet welk ziekenhuis, waar directe operaties kunnen plaatsvinden.
Vandaar dat U mij niet zult aantreffen op vliegbasis Eindhoven voor het vertrek naar Uruzgan, waar ik U en Uw mannen overigens veel succes toewens!
Met vriendelijke groeten,
Soldaat Eerste Klas Johan van der Knaap.

woensdag 30 december 2009

150. Hij is allergisch!

Over een eeuw zult u allemaal een broer of halfbroer of zuster of echtgenoot of opa enzovoorts hebben die van Marokkaanse afkomst is. Maar u zult dan niet erbij zeggen: ik ben een islamiet, meneer! Dat soort religies is dan wel zo ongeveer uitgestorven. Hoop ik.
Waarom, dear Moroccans, dat niet meteen gezegd?
Want u kunt toch niet in alle redelijkheid volhouden dat God of Allah bestaan of bestaan hebben, of dat Jezus of Mohammed in de wereldgeschiedenis zulke belangrijke personages gebleken zijn. Jezus was waarschijnlijk een soort homo, die niet uit de kast durfde te komen, en Mohammed hield het met zeer jonge meiskes van onder de zestien, en meer kan ik er niet van maken. De geschriften over Jezus zijn minstens 60 jaren na zijn dood opgetekend, dus onbetrouwbaar. De geschriften over Mohammed, daar is het ongeveer hetzelfde mee gegaan, zeshonderd jaar later.
Het is jammer dat jullie daar, christen of moslim, nog steeds in geloven. Nou ja, over die christen kan ik overwegend positief zijn: die gelooft niet meer in al dat Jezus-gedoe. Die ziet zo langzamerhand wel de grote discrepantie tussen Jezus en bijvoorbeeld de rijkdom van het Vaticaan. Dezelfde discrepantie zie ik tussen Mohammed en die pelgrimstochten naar Mekka, elk jaar, waar elk jaar tussen de tien en de tweehonderd mensen omkomen.
Dat soort belachlijkheden zal over honderd jaar niet meer bestaan, is mijn voorspelling. We zullen redelijker geworden zijn, we zullen meer nadenken. Uiteraard zullen er nog steeds groepen mensen naar Mekka trekken, maar die groepen zullen wij zien als achtergeblevenen. Wij studeren wiskunde, astronomie, hersenleer. Wij begeven ons in de interresantste dingen die we maar kunnen bedenken.

dinsdag 29 december 2009

149. Je wilt niet onhartelijk zijn

Wie hartelijkheid wil ontvangen, kome naar Hoogeboom. Dat is zo ongeveer mijn levensmotto. Vanochtend liep ik met een tas vol ingewikkelde groenten, die Alice nodig heeft voor het maken van een even ingewikkelde groentensoep, van de supermarkt naar de apotheek. Daar moest ik heen om een volgende bestelling pillen op te halen, die nodig zijn om mijn hart ‘aan de praat te houden’. Cardura, Simvastatine, Isosorbinemononitraat, Carvedilol enzovoorts.
Ik liep over het smalle voetpad langs de Voorstraat, dat nog smaller was gemaakt door de geparkeerde auto’s. Er komen mij tegemoet: een man, een vrouw en een hondje. Ik weet dat zulke beestjes graag een snoepje lusten, dus die heb ik altijd op zak. Ik haal een snoepje tevoorschijn en dat hondje komt er meteen op af. Het trekt hard aan de lijn en de mevrouw moet achter hem aan rennen. Ze zegt, bijna vallend: ‘Geeft u hem maar niks, hoor, want hij is allergisch!’
‘Allergisch waarvoor?’ vraag ik.
‘Daar gaat hij enorm van schijten,’ zegt ze.
‘Welnee, truttebel,’ zegt de man nu, en hij geeft me een knipoog. Echtpaar loopt verder met hondje.
Bij de apotheek word ik goed geholpen. Alle medicijnen gaan mijn tas in en ik wil de glazen deur opendoen en het pand verlaten. Maar buiten staat een zeer brede en zeer grote en zeer zwaargebouwde man. Hij loopt op twee krukken, zie ik. Een jaar of vijftig oud. Hij zet een kruk neer en probeert de glazen deur, die naar binnen opengaat, te openen. Dat lukt niet. Dus dat doe ik voor hem, en nu wil het geval dat hij leunde tegen die deur. Dus hij valt omver, naar binnen.
We zijn (met de apotheker en twee apothekersassistenten) een half uur bezig geweest om de man weer recht te krijgen.

maandag 28 december 2009

148. Ben, bedenk eens iets

Kruimige aardappels, prei, jus, brood, komijnenkaas, aansteker — zo ver kom ik altijd wel, ’s ochtends. Ik maak nooit een boodschappenbriefje, want ik kan toch niet lezen wat ik geschreven heb: mijn handschrift is verwoest na mijn tweede herseninfarct. En ik ga het niet tikken in Word en het dan uitprinten, dat is me teveel moeite. Ik heb de indeling van de supermarkt in mijn hoofd en onthoud gewoon mijn boodschappen, in de goede volgorde. Als ze die indeling weer eens wijzigen, moet ik die veranderingen meteen goed in me opnemen, anders gaat het mis.
‘Waar staat, ligt of hangt de prei?’ moest ik vanochtend vragen aan een winkelbediende. Ze hadden het afgelopen weekeinde de boel weer veranderd. ‘De prei? Die ligt in Vak C,’ zei die jongen me, en hij verwees me naar het andere eind van de winkel. ‘Het ligt bij de groenten!’ schreeuwde hij me nog achterna.
‘Dank je!’ schreeuwde ik terug, want je wilt niet onhartelijk zijn.
Toen ik bij de kassa stond met mijn karretje, zei ik de cassière dat ik nog even iets moest pakken: ik had de roomboter en de koffiemelk vergeten. Daarvoor moest ik bij de afdeling zuivel zijn, vermoedde ik. Dat klopte ook, bleek na een paar minuten zoeken.
Dat is het gekke. Als je mij niets zegt, kan ik alles kant en klaar verzinnen. Maar als je mij een titel zoals de bovenstaande meegeeft, dan lukt er niets meer. Dan komt er een treurig (nou ja...) verhaaltje uit zoals wat ik nu heb geschreven. Want ik schrijf inderdaad geen boodschappenbriefjes, maar om nu te gaan bedenken dat de supermarkt weer qua indeling is veranderd...

zondag 27 december 2009

147. Het zwaarste onderwerp

Wat is het zwaarste onderwerp om over te schrijven? Dat is: schrijven over een collega die beter is dan je zelf bent, terwijl niemand die collega van je nog kent.
Ik stel u voor: Xue Jiye. Vraag me vooral hoe je zijn naam uitspreekt, ik weet het niet. De man heeft sinds 2004 schilderijen gemaakt die me hebben flabbergasted, een normaal Nederlands woord kan ik er niet voor vinden. Xue Jiye is echt de laatste ontdekking, vind ik, na René Magritte. Hij is echt geweldig. Een formidabel schilder.
Ik heb hem gistermiddag ontdekt, via StumbleUpon, het grandioze programma waarvan nog maar zo weinig Nederlanders profiteren. Nu weet u meteen wat u mist. Probeer het programma, en ziet u eens wat een mogelijkheden u heeft!
Ik zei: een collega. Dat is natuurlijk niet helemaal waar. Xue Jiye is een kunstenaar, en dat ben ik helemaal niet. Mijn bijdragen tot de kunst zijn zeer gering geweest. Ik heb bijvoorbeeld slechts titels geleverd voor schilderijen van J. de C. en voor beeldhouwwerkjes van H.K., en ik heb verder ‘dingen geïnitieerd’, zoals het wel genoemd mag worden.
‘Ben, bedenk eens iets,’ luidde in de jaren tachtig soms de vraag. De vraag van diverse schilders, kan ik u wel verklappen. Ik woonde in die jaren achter een galerie in Egmond aan den Hoef, en daar kwamen verschillende kunstenaars. En dan bedacht ik,
’s avonds, iets. Zoals een jager in een bosachtig, duinachtig gebied die (zonder geweer) richt op ganzen. Dat was een advies voor F. van der V., dat hij niet heeft opgevolgd, helaas. Hij heeft een jager met geweer geschilderd.
J. de C. heeft mijn adviezen nooit in de wind geslagen, moet ik zeggen. Zijn schilderijen van ‘De Papieren Ondergang’ heeft hij geheel volgens mijn adviezen gemaakt.
Maar Xue Jiye. Dat is geheel iets anders.

zaterdag 26 december 2009

146. De kerstblues, godverdomme

Omdat er voor ons soort mensen nu eenmaal niets op de tv is op Eerste Kerstdag, vluchtten Alice en ik gisteravond naar YouTube. We besloten gelijk ook maar het zwaarste onderwerp te nemen: Stalin, de oorlog, Stalingrad enzovoorts.
The truth about communism bleek een dertiendelige serie video’s te zijn van Amerikaanse makelij, met ingesproken commentaar van Ronald Reagan. Het was een film uit ongeveer 1960, die wel ongeveer hetzelfde beweerde over het communisme als wat Karel van het Reve erover gezegd heeft, maar ja. Als je al in de eerste tien minuten aankomt met termen als falsified en fraudulent, dan schiet je je doel voorbij. Karel van het Reve schreef in zijn Met twee potten pindakaas naar Moskou bijvoorbeeld: ‘Als u van de zomer in Sint Petersburg komt moet u niet verzuimen te gaan kijken naar de plek waar de Russische revolutie begonnen is.’
Interessanter was een twaalfdelige serie video’s die The road to Stalingrad heette. Dat was een film uit ongeveer 1975 (dacht ik). Lengte: totaal een kleine twee uur.
Behandeld in die film werd de geschiedenis van het Ribbentrop-Molotov-contract tot en met Stalingrad. Ikzelf zou zo’n film The road to Moscow hebben genoemd, want de Duitsers kwamen tot zo’n 20 kilometer van Moskou. Verder zijn ze niet gekomen. Hitler was op het idee gekomen dat het direct innemen van de Russische hoofdstad niet de grootste prioriteit moest hebben, hij kreeg er grote ruzies met zijn generaals over, ruzies die een volle maand duurden. In die maand organiseerden de Russen hun verdediging en vervolgens hun aanvallen.
Je kunt er dan nog wel Leningrad, Stalingrad, Charkov, de tankslag bij Kursk, Minsk, Smolensk, Sebastopol bij nemen, maar eind 1941 hadden de Duitsers de oorlog al verloren bij Moskou. Dat ze het nog drieëneenhalf jaar volhielden, heeft vooral veel joden de kop gekost. Het zou dan ook beter zijn geweest als D-Day niet in 1944 maar al twee jaar eerder had plaatsgevonden.
Daar vroegen de Russen dan ook om: laat de Duitsers op twee fronten vechten, dat winnen ze nooit. Maar Churchill en de Amerikanen dachten: laten ze zich eerst maar eens doodvechten in Rusland.

vrijdag 25 december 2009

(Pauzebericht:) Vermenigvuldigingspalindromen

12 × 42 = 24 × 21
12 × 63 = 36 × 21
12 × 84 = 48 × 21
13 × 62 = 26 × 31
23 × 96 = 69 × 32
24 × 63 = 36 × 42
24 × 84 = 48 × 42
26 × 93 = 39 × 62
36 × 84 = 48 × 63
46 × 96 = 69 × 64
14 × 82 = 28 × 41
23 × 64 = 46 × 32
34 × 86 = 68 × 43
13 × 93 = 39 × 31

(Overgenomen uit het onweerstaanbare Futility Closet.)

145. Een bekend probleem

Alice (die nu godzijdank bij me is) en ik hebben alletwee de kerstblues. De kerstblues in Egmond aan Zee, waar bestaat die uit? Het is niet zozeer de sneeuw of de ijzel of in het algemeen het weer, dat ons tegenstaat. Dat staat ons natuurlijk ook wel tegen, maar daarover klagen wij niet. Wij klagen wel over de NS en over Connexxion, maar daarover klagen wij het hele jaar door. Wij zijn voor een partij die die hele zaak terug zou brengen in staatshanden.
Waar wij slecht tegen kunnen, is de kerstsfeer overal. Je kunt geen winkel binnengaan of er hangt ergens een dennenstukje. Op zijn minst hoor je een toepasselijk stukje van Heintje. ‘Wat hebben wij toch een verlamde cultuur!’ riep ik uit, toen we een winkel binnenliepen voor badbenodigdheden en we daar ‘Mama!’ hoorden aanstaan.
Paus! Kerk van Rome! Hufters van de Wederopstanding! Het moet u toch wel eens zijn opgevallen dat er ook niet-katholieken bestaan. Mensen zoals ik die niet gediend zijn van het gebeier van uw kerkklokken voor zoiets stompzinnigs als een kerstmis. Ten eerste deed u die kerstdienst al 2000 jaar lang. Het dient geen enkel doel, dus u kunt er beter maar mee stoppen. All right, Jezus is jarig. Dat lijkt me nog geen goede reden om feest te vieren, want Jezus is ook weer dood gegaan. Stoppen dus met kerstmis.
Ik ben gewend om in mijn VARA Gids aan te stippen wat ik wil gaan zien. Meestal zijn dat Netwerk, Eén Vandaag, Nova, Pauw & Witteman enzovoorts. Soms nog een documentaire. Daarvan is op deze vrijdag de 25ste helemaal niets te zien. Niets! ‘Er gebeurt vast niets in de wereld,’ zei ik tegen Alice, ‘behalve een bombardementje in Uruzgan of zo.’
We hebben gisteren voor ons kerstdiner een kipfilet en een stronk broccoli gekocht. Daar maken we wel iets lekkers van.
De kerstblues, godverdomme.

donderdag 24 december 2009

144. Voor jou heb ik altijd tijd

‘Uw arts of uw apotheker kan u helpen te stoppen met roken.’ Het staat op mijn pakje Caballero. ‘Roken brengt u en anderen rondom u ernstige schade toe,’ staat op de achterkant. Dus ik bellen met mijn apotheekster, want het is een vrouw hier in Egmond aan Zee. Nee, dan kunt u beter eerst even overleggen met uw huisarts, zei ze.
Ik dus bellen met dokter Smit. Fidele vent. ‘Zeg,’ zeg ik. ‘Ja ja,’ antwoordde hij, ‘een bekend probleem. Ik kom zo naar u toe.’ Een fidele vent, zei ik al. Nooit te beroerd om even wat extra werk op zich te nemen.
Toen hij kwam, keek hij eerst goed naar de inrichting van mijn huis, en toen vroeg hij: ‘Hoeveel rook jij er per dag?’
‘Vijfentwintig,’ zeg ik.
‘Dat is inderdaad teveel. Maatregelen! Heb je al gegeten vanochtend?’
‘Ja, ik heb mijn ontbijtje op.’
‘Mooi!’
En hij deed wat dokters doen in zulke gevallen: hij bond me muurvast in mijn fauteuil, zette de tv aan (‘Dan heb je toch je afwisseling nog’) en plaatste de tuit van een inhalator in mijn mond. Toen hij klaar was, kletste hij even in zijn handen (‘Zaakje is weer gepiept!’) en zei dat hij elke ochtend even langs zou komen om te kijken of ik vorderde.
Dat was afgelopen maandagochtend. Ik zit nog steeds vast. de dokter is nu voor de vierde keer langsgeweest. Die inhalator geeft een soort gemene Brandarislucht. Het is, goed beschouwd, een marteling. Maar je wilt stoppen, niet?

woensdag 23 december 2009

143. In christelijke zin

- Ben?
- Ja, vraagt u maar.
- Oh! Dat is mooi dat je de tijd even neemt om...
- Jawel, voor jou heb ik altijd tijd. Ik ben wel bezig aan een stukje over het christendom, maar...
- Heb je gisteravond nog naar Stef Bos gekeken? Hij was op Nederland 2, met het Metropole Orkest.
- Nee, daar heb ik niet naar gekeken. Ik kan daar niet goed tegen, tegen dat soort Nederlandse singer-songwriters en tekstconcipieerders. Zo zegt hij bijvoorbeeld op zijn site: ‘Ik heb een interessante interviewronde gedaan met dit project. Het fijne was dat het dikwijls niet over mij ging maar over het creatieve proces wanneer je vanuit een gegeven als de Bijbel vertrekt en tot songs komt.’ Daar kan ik heel slecht tegen. Je bent toch een jaar of veertig vijftig geworden, en dan schrijf je even goed zulke prullaria. Dan weet je: in elk couplet dat meneer geschreven heeft, zit minstens één stompzinnigheid.
- Je moet niet zo hard oordelen over zo’n hardwerkende jongen als Stef Bos, Ben.
- Ach, kom.
- Het christendom, zei je? Wat kun je daar dan nog over schrijven?
- Eigenlijk niets. Alles is daar wel over gezegd, door de gelovigen en de ongelovigen, de priesters en de heidenen. Ik weet nog dat 100 jaar na Darwin, in de late jaren vijftig van de vorige eeuw geschermd werd met engelen, de duivel en de hel. Dat gebeurde door pastoor Bangert van de H. Corneliusparochie te Limmen. Ik vragen aan mijn vader: ‘Waar is die hel? Dan gaan we daarheen en maken we daar een einde aan.’ Hoe wou je dat dan doen, vroeg mijn vader me. Met de brandslang, zei ik, je spuit elk vuur uit.
- Krachtige kinderlijke logica.
- Mijn vader lachte me een beetje uit en toen wist ik: dat katholicisme, dat is gewoon bedrog en bangmakerij. Weer wat later begreep ik dat het katholicisme er was voor de clerus, niet voor de kudden gelovigen. Die moeten alleen braaf wat geld in de collectezakken doen en landerijen nalaten aan de kerk.
- Een krachtig, ditmaal juveniel inzicht.
- En dan heb je de patroonheiligen nog. De Heilige Liborius bijvoorbeeld kun je aanroepen als je gal- en nierstenen of andere vormen van buikpijn hebt. Maar je kunt beter met je pis naar de dokter gaan.

dinsdag 22 december 2009

142. De plek van het toilet

- Naam?
- Stef eh Bos.
- Beroep?
- Liedjeszanger, in christelijke zin.
- Met zo’n christelijke muil kan ik me dat wel voorstellen. Treedt u nog wel eens op?
- O ja! Ik treed op in de gehele christelijke hoek, nietwaar!
- In de bible belt dus, van Tholen tot de IJssel.
- Ja, Lunteren ook. Fantastische concerten gehad, daar!
- De mensen in Lunteren geloven ook echt in de wederopstanding enzovoorts, is het niet? De mensen in Lunteren.
- O jawel!
- Geweldige bevolkingsgroep is het.
- Jazeker! Grote fans van de regilieus geïnspireerde muziek.
- Van de wat?
- Van de regilieus geïnspireerde muziek, zei ik.
- Dan heb ik je goed verstaan.
- Ja, en het is ook speciaal voor deze mensen dat ik mijn nieuwe CD heb gemaakt: From The Bible.
- ?
- Het gaat over de mooiste verhalen uit de bijbel, die ik kon vinden. Het brandende braambos, bijvoorbeeld, is zo’n schitterend verhaal. Brrrandende brrraambos, daar zit al meteen een lied in, dat begrijpt iedereen. En wat te denken van de verhalen van Ruth: ‘Mijn volk is jouw volk, mijn land is jouw land’!
- Ik zie meer in dat brrraambos, maar goed.
- Dus ik heb daarvan gemaakt: ‘Mijn paal is jouw paal!’ Het wordt een hit, volgens mij. In zekere kringen, bedoel ik. Misschien.

maandag 21 december 2009

141. Dat is met ingang van het volgende jaar over

Dat zou over moeten zijn, met ingang van het volgende jaar, ja. Of het gaat lukken, is nog een vraag.
Waar ik u nog niet op gewezen heb, is de plek van het toilet. Het schijthuis. Dat bevindt zich, vanaf de plaats waar ik dit nu zit te schrijven, één etage lager. Rekent u maar uit: dat is ongeveer dertig meter reizen. Woon ik zo ruim? Integendeel, maar zo zijn de woningen nu eenmaal gebouwd, in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Schijten doe je op de begane grond, moet men gedacht hebben, en een zekere logica kan ik niet aan die gedachte onttrekken.
Wat nu als je een keer de andrérieu hebt? Ik zal u zeggen wat mijn ervaringen ermee zijn geweest, in de afgelopen jaren. Allereerst: gekleed in mijn nette lichtgrijze katoenen pantalon. Ik zat aan een stukje over het privéleven van Darwin te werken, toen een operette-achtige golf van welbehagen mijn ingewanden overspoelde. Ik besloot op te staan en te gaan rennen naar het schijthuis, langs enkele verbaasde huisgenoten (‘Zo! Jij hebt haast!’ en ‘Wat kom jij doen, dwaalgast?’). Toen ik de deur van het toilet opende, was het zover: ik scheet mezelf onder. En wat doen dan een man die uit eenvoudige grondstoffen is opgebouwd? Zo een man rent dan weer terug, richting badkamer, wederom langs dezelfde huisgenoten (‘Kanker! Daar istie weer!’ en ‘Meneer is te schijten geweest, dat kun je wel zien ook!’). De kleuren wit en lichtgrijs zijn daarna nooit meer opgenomen geweest in de kleurkeuzes van mijn pantalons.
Later, meer informeel gekleed in een donkerblauwe spijkerbroek, kreeg ik nog eens een aanval van andrérieu, maar toen besloot ik gewoon te blijven zitten. Dat is de eenvoudigste en meest doeltreffende techniek, weet ik nu. Blijven zitten op je bureaustoel, stevig de zitting met beide handen omklemd houden, en wachten. Zodra het musicale gevoel uit je darmen is verdwenen, ga je kalm en statig naar het toilet, onderweg eenieder groetend, en vol vriendelijkheid schijt je je dan weer onder.
Maar dat gaat dus per 1 januari 2010 veranderen. Ik heb een ondersteek aangeschaft die juist voor dit soort gevallen uitkomst kan bieden. Wel moet ik dan weer dertig meter met een volle ondersteek langs mijn huisgenoten lopen, maar wie dan leeft, zeg ik altijd, die dan zorgt.

zondag 20 december 2009

140. De toestand in het openbare vervoer

Als ik van de week op het station van Utrecht vast zou hebben gezeten, zou ik zeker niet het geduld hebben gehad dat de meeste reizigers getoond hebben. De laatste reiziger ging, meldde het Journaal, om half drie ’s nachts per taxi naar huis. Taxi betaald door de NS.
Ik zou, als ik een half uur gewacht zou hebben, direct een taxi naar bijvoorbeeld Amsterdam genomen hebben. Ik zou de chauffeur te Amsterdam gezegd hebben: dient u uw rekening voor de rit maar in bij de NS te Utrecht, en goedendag. Waarna ik mijn rit gewoon per trein zou voortzetten.
En zo zou u het allemaal moeten aanpakken, reizigers. U moet u niet laten kidnappen door de falende spoorwegen. U moet het de NS laten voelen en u moet zich niet als mak vee laten vervoeren.
U moet ook niet meer naar Rover luisteren, want die jongens vertellen de NS niet het verhaal dat ze toch eigenlijk te horen moeten krijgen. Het verhaal dat de NS moet worden verteld, is heel simpel.
Heren! U heeft elk jaar dat er sneeuw valt grote problemen. U noemt dat: bevroren wissels, gebreken aan de treinen. Bij min vier graden begint u al te zeuren. Dat is met ingang van het volgende jaar over. Die gebreken aan de treinen lost u op vóórdat er sneeuw kan vallen. Over die bevroren wissels laat u zich informeren in Oostenrijk, Zwitserland, Zweden, Noorwegen. Daar is het elk jaar winter, maar daar rijden de treinen gewoon. Hoe doen ze het daar? Zo gaat u het ook doen.
Verder is het raadzaam om niet het gehele treinverkeer stil te leggen als er eens ergens een trein niet verder kan door een bevroren wissel. U ontdooit dan die wissel binnen 5 minuten, zodat die trein weer verder kan. Er zit bijvoorbeeld in elke trein die ’s winters rijdt, een mechanicamannetje, die dat even doet.

zaterdag 19 december 2009

139. Dat zal de mensen leren

Dormicum. Dat is een slaapmiddel dat doktoren slechts zelden voorschrijven. Maar toch. Ik heb gisteravond een tablet van 7,5 mg Dormicum ingenomen. Ik kon al dagenlang niet slapen, enzovoorts. U moet maar eens op Wikipedia kijken. Ik vertel u nu de gevolgen van inname van één pilletje Dormicum.
Je slaapt heerlijk en je slaapt vrijwel direct. Daarvoor neem je zo’n pilletje. De volgende ochtend sta je ook fris weer op. Tot zover is alles goed. Het is hetzelfde als je een flesje port opdrinkt, nietwaar. Zo’n buikflesje Stadium Ruby Port, daar kun je ook zo heerlijk op slapen.
De volgende dag had ik rare gewaarwordingen. Temperatuur buiten: ongeveer 0 graden celsius. Ik heb me, met Alice (die bij me was) nog vrolijk zitten maken over de toestand in het openbare vervoer. ‘Laat het niet -1 worden!’ zei Alice. ‘Want dan wordt het een echte chaos!’
U zult wel begrijpen dat de koffie me bijna uit de mond schoot: ‘Ja, maar je moet ook wel begrijpen, Alice, dat de Spoorwegen net uit de herfst zijn gekomen! De terreur van de herfstbladeren en de vierkante wielen die dat opgeleverd heeft! En dán weer die zware winterse omstandigheden! Die bevroren wissels, noem maar op.’
‘Hoe doen ze dat dan in Oostenrijk?’ vroeg Alice.
‘In Oostenrijk doen ze dat anders,’ zei ik, ‘Om te beginnen hébben ze daar niet zoiets als bevroren wissels. Dat hébben ze daar dus niet.’
‘O ja.’
‘Dus daar kunnen treinen gewoon...’ En verder kwam ik niet. Ik zat in mijn fauteuil en ik viel in slaap. Toen ik wakker werd, een half uurtje later, schijn ik tegen Alice gezegd te hebben: ‘Je bent gezegend, tot in oneindige tijden, ik moet kotsen!’
‘Je zag ook lijkbleek, lieverd,’ zei Alice daarna.

vrijdag 18 december 2009

138. Een zekere neiging naar links

Je kunt natuurlijk kwaadspreken over ‘de linkse kerk’, wat ook gebeurt door zeer rechtse partijen. ‘De rechtse kerk’, daarover hoor je nooit iemand.
Als men de rechtse partijen wil aanvallen, doe het dan zo.
Verhevig de tarieven van de benzineprijzen, met bijvoorbeeld 5 euro per liter. Dat zal de mensen leren. Want de meeste mensen rijden ‘zomaar’ in de file. Je moet die rechtse hufters in hun portemonnee treffen.
Dit is de mening van Klaas Bultema, fractievoorzitter in de gemeenteraad van Dirkswoud van Diep Links Dirkswoud (DLD), die ook van mening is dat er nog veel op het loonfront uitgevochten zal moeten worden.
Klaas — die zich het liefst laat aanspreken als Vladimir (klemtoon op de a) en ook een Leninbaardje heeft — zou trouwens het liefste zien dat de linkse partijen in het geheel zouden worden weggevaagd bij de volgende verkiezingen. ‘Dan krijg je een onvoorspelbare toestand in het land, nietwaar, een mogelijkheid om de revolutie te grijpen. En die revolutie grijp ik!’
Overigens is Klaas (‘Klaas komt!’ laat hij zich wel eens ontvallen) een beminnelijke figuur, met bijvoorbeeld een grote liefde voor de muziek. ‘Als La Traviata weer eens wordt gespeeld in Amsterdam, wie zit er dan op de voorste rij? Ik!’
Maar in mijn gesprekken met Klaas, of die nu gingen over de AOW, de WAO of de JSF, kwam hij steeds weer uit op ‘de onvermijdelijke couppoging’ à la ‘mijn grote leermeester Vladimir Lenin’. U begrijpt, dat is wat vervelend, dus ik begon te spreken over gitaarmuziek, maar dan kwam hij weer aanzetten met ‘de grote gitarist Lenin’ die ‘met het aanslaan van slechts één akkoord een heel Russisch volk wist te beroeren’.
Klaas, Lenin, Vladimir, Lenin, Klaas, revolutie. Het houdt nooit op, dat gezanik.

donderdag 17 december 2009

137. Simpele regels

Rechts rijden. Dat is zo eenvoudig voor ons, wij schrikken zelfs van een linksrijder (spookrijder). Maar ik heb van diverse mensen tijdens mijn leven gehoord dat het links rijden in Engeland ook heel normaal is. Ze waren er in een minuut aan gewend. Zelfs in Zweden, waar het links rijden werd veranderd in rechts rijden — wat in Engeland natuurlijk werd verwacht met grote ongelukken gepaard te zullen gaan — ging dat uitstekend: niet één ongeluk vond er plaats tijdens die overgang.
Dat soort simpele regels zijn ook gemakkelijk op te volgen, als eenmaal iedereen die regel opvolgt. Als je niet eerst een pilot instelt, met borden langs de weg met ‘Hier links rijden. Over 500 meter rechts rijden’, maar de regel op één moment hupsakee overal invoert, dan gaat het ook goed.
Verkeerspsychologen (want dat vak bestaat!) zijn het hier natuurlijk hartgrondig mee oneens, want die hebben geleerd dat het menselijke oog van rechts naar links gaat, of andersom. Maar van verkeerspsychologen (of laat ons het maar eens zeggen: van psychologen in het algemeen) hoeven we niet teveel te verwachten.
Een land dat rechts rijdt, kiest politiek het midden, dat is mijn overtuiging. Je kiest voor de middenstreep, en dat is logisch. Je wilt daar, links zittend in je auto, niet overheen, je blijft aan de rechterkant. Je wilt ook niet teveel rechts gaan rijden. Je zoekt naar de middenweg, die je onvindbaar weet, maar je denkt: uiteindelijk gaat daar het verkeer doorheen.
Deze uitstekende gedachte heeft Nederland al beheerst sinds de Tweede Wereldoorlog, en godzijdank. Of het emotie is of ratio, dat weet ik ook niet. We rijden allemaal rechts, met een zekere neiging naar links.

woensdag 16 december 2009

136. Het behouden van de koopkracht

Dat zal helaas alleen nog maar mogelijk zijn als u, met zijn allen, weigert nog langer mee te betalen aan de provinciale belastingen. U schakelt dus massaal advocaten in, enzovoorts.
Ik woon in Noord-Holland, waar eerder, zoals u weet, geld is kwijtgemaakt bij Icesave. Laat de heren bestuurderen eerst maar eens zorgen dat dat geld terugkomt. Laat ons daar niet voor opdraaien. Laat de heren daar zélf maar eens voor opdraaien. Ze kunnen tenslotte een verzekering afsluiten. Of ze konden dat doen.
En anders zie ik nog wel een oplossing: schaf het provinciale bestuur van Noord-Holland eenvoudig af. Gewoon: weg ermee! De ambtenarij die het scheelt!
Zo ben ik ook in het geheel niet van zins provinciale opcenten te gaan betalen. Ik bezit geen auto. Ik heb niets van doen met het fileprobleem. Files: dat is iets voor de dommen, zeg ik al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw. Je kunt toch thuiswerken? Waarom doe je dat dan niet?
Het is net zo als je een huis koopt. Levert dat huis iets op, qua energie? Als het niets oplevert, koop het dan niet! Dat zijn simpele regels. Koop je een auto, dan geldt hetzelfde.
En als je, per ongeluk, in een gemeente woont waar bijvoorbeeld een metro aangelegd wordt, maar waar het ongezond is om onder de grond te werken, door bijvoorbeeld een gracht, wat inzakkingen veroorzaakt, let u dan vooral op de gemeentelijke burgemeester, wethouders en de gemeentelijke uitvoerders.
U kunt uw claim, volgens mij, al wel maken.

dinsdag 15 december 2009

135. Een belangrijk adviseurstype

De ambities van de Dirkswoudse wethouder Gerard van der Lee strekten verder dan het passen op de winkel of het behouden van de koopkracht. Hij wilde Dirkswoud beter, groter en sterker maken door ‘een Noord-Zuidlijn van financiële kracht’ aan te leggen. Dirkswoud moest het financiële centrum van Noord-Holland-Noord worden.
Daar moest een budget voor gevonden worden, en dat budget vond hij. Dat budget had hij nodig om een adviseur aan te trekken, die samen met hem het plan zou opstellen. Die adviseur was K.K. Haaksma van Haaksma, Koers & Van der Lee Adviseursbureau BV.
In grote lijnen stond het plan van de wethouder al vast: er zou een bedrijventerrein gebouwd worden aan het begin van de Noordvaart, de hele infrastructuur van Dirkswoud zou op de schop gaan. Op dat bedrijventerrein zou plaats zijn voor hoofd- of bijkantoren van banken en andere financiële instellingen.
Aan K.K. Haaksma de taak om de bevolking te winnen voor het idee. Er moest een folder komen, die huis-aan-huis verspreid zou gaan worden. In die folder moest, volgens de wethouder, de nadruk gelegd worden op de werkgelegenheid voor de eigen middenstand. Die zou enorm groeien met de komst van de Cluysborgh, zoals het financiële bedrijventerrein genoemd zou worden.
Intussen zou de wethouder eens een balletje gaan opgooien bij ING, Rabobank, DSB en ook verzekeringsinstellingen konden rekenen op een bezoekje.
Maar ja. Toen kwam de kredietcrisis. ‘En die heeft Dirkswoud de das om gedaan,’ aldus de wethouder. ‘Zonder de kredietcrisis zouden we er gezond voorstaan.’

maandag 14 december 2009

134. ‘Kanonschoten’

Om er maar één te noemen: de Europese ambtenaren. Een broekriem van 3,7 procent extra is ze al teveel. Ze kunnen het met minder niet doen. Protest dus.
Laten we eens precies concluderen wat ze doen.
Niks.
Het zijn overbodige baantjes. Maar ze zijn nu eenmaal door ons allen, hoe stom we ook geweest zijn, geroepen om te zeggen dat bananen een speciale kromming moeten hebben of dat alleen de champagne uit een bepaalde streek champagne genoemd mag worden.
Het is te kinderachtig voor woorden, wat die ambtenaren uitdokteren en wat vervolgens de politici uitvoeren.
Het brengt me op de vraag wat een ambtenaar eigenlijk is. Het is geen creatief vak, dat zal het ook nooit worden. Logisch: je hebt met regels te maken. Daar moet je je aan houden. Zoals iedere burger, zou ik willen zeggen.
Zo’n Europese ambtenaar in Brussel of in Straatsburg (dat ‘of’ mag u wel vervangen door het aanzienlijk kostbaarder ‘en’) gaat zich natuurlijk wel voelen als een belangrijk adviseurstype. Hoe zou uzelf zijn?
Met andere woorden: we móeten doorgaan met die EU, liefst met zoveel mogelijk landen, maar met zo min mogelijk ambtenaren.

(Pauzebericht:) De schoonheid van de getallen

Als u kinderen heeft met enige interesse voor wiskunde, dan moet u ze deze math notes eens laten zien. De schoonheid van deze getallen springt er van af.

133. Een uitermate kalme figuur

Een uitermate kalme figuur ben ik mijn hele leven geweest, maar ik heb wel mijn ‘kanonschoten’ gehad. De familie Van der V. uit U. weet daarvan mee te praten.
Een vriendin van mij, Caroline, werkte als serveerster bij de Karel V. Daar was de familie Van der V. eens te gast. Ze waren met moeder, vader, zoontje van 13 jaar oud en een lelijk grijs hondje. Ze zaten op het terras. Een zondagmiddag. Ze bestelden koffie en een appeltaart. Zoontje van 13 drensde voortdurend over het terras. Met het hondje.
Caroline komt uit het café tevoorschijn met haar handen en armen vol: koffie, appeltaartpunten voor de familie Van der V. en glaasjes whisky voor een andere tafel. Zoontje van 13 en het hondje storten zich op haar. Caroline valt, en haar knie schiet uit de kom.
Mevrouw Van der V. gaat tenslotte op haar gegil af, en vraagt of ‘het weer een beetje gaat’. Caroline moet naar het ziekenhuis. Ze is haar baantje kwijt, want ze kan niet goed meer lopen.
Hier komt het biologische verschil tussen een man en een vrouw naar voren. Een vrouw bemoeit zich direct met het slachtoffer, een man doet dat veel minder, maar gaat direct denken: hoe krijgen we dit verteerd. Zo ook ik.
Ik stelde haar direct voor, een letselschade-advocaat in de arm te nemen. ‘Je moet dit soort dingen op z’n Amerikaans aanpakken,’ zei ik, ‘dus: geld pakken. En veel geld ook!’
Het onverantwoordelijke gedrag van het 13-jarige zoontje is stevig bestraft. De rechter oordeelde dat de familie Van der V. gedurende het leven van Caroline een maandelijks bedrag van 600 euro moet uitkeren aan Caroline.
Net goed.

zondag 13 december 2009

132. Kwaad bloed

Er zijn omstandigheden onder welke het u mogelijk moet zijn, mij kwaad te maken. Normaal ben ik een rustig persoon, een uitermate kalme figuur, die nauwelijks uit zijn evenwicht te krijgen is. Ik was een trouw echtgenoot voor mijn twee vrouwen (die overigens beiden zijn doodgegaan). Zij hebben mij allebei enkele kinderen geschonken, die helaas ook zijn verdwenen, stuk voor stuk. Het zou voor een alleenstaande man, werkzaam in de grafische industrie, ook bijzonder moeilijk zijn geweest, kinderen op te voeden, dat begrijpt u onmiddellijk. Dus: weg ermee!
Mijn eerste vrouw, Ida, was, wat je noemt, een geil typetje. Een klein, geil typetje. Ze stond altijd voor me klaar, om het zo maar eens te zeggen. De dijen gespreid, nietwaar. Ik dacht: daar kunnen we, ter vergroting van het gezinsinkomen, gebruik van maken. Maar ze weigerde. Ze schonk me nog twee kinderen (een jongen en een meisje), maar toen was de situatie binnen ons gezin al zo slecht geworden, zo nijpend, dat ze later in het duin is gevonden, ter hoogte van Castricum, met diverse ernstige hoofdwonden, die een dodelijke afloop hadden bespoedigd. En wat doet dan een man van eer? Die verlost zijn kinderen onmiddellijk uit hun lijden.
Ik was weer alleen, dus ging ik weer op zoek naar een volgende vrouw. Die vond ik per advertentie. Carina. Een atletisch type vrouw, die zich bijvoorbeeld kon aanbieden, staande op haar handen. Het was werkelijk een groot genot! Zo lang als het duurde, dat begrijpt u. Ze schonk me een zoon en toen was het prettige wel uit onze relatie verdwenen.
Daarna heb ik enige tijd in de gevangenis doorgebracht, wegens enkele vergrijpen, en nu zit ik in de TBS, ter beschikking van de slavernij, zoals ik het noem. Ik hoop dat ik nog eens een rustig vrouwtje kan krijgen.

zaterdag 12 december 2009

131. Ik weet ook niet hoe ze het heeft gedaan

Margje W. was een gevaarlijke vrouw, volgens de rechters te Leeuwarden die haar in 1977 veroordeelden. Margje zit nu nog steeds in de TBS, in de long stay. Ze zou drie moorden op haar geweten hebben. Ik zou haar maar aanraden alsnog DNA-proeven te laten nemen, want ze ontkent nog steeds ook maar iets met die moorden te maken te hebben gehad.
De drie slachtoffers waren alledrie mannen, die gevonden zijn aan de Edeseweg te Apeldoorn. Ze waren alledrie gewurgd, ‘met een scherp touw’, zoals de politie bekend gaf. Dat scherpe touw is nooit gevonden.
De politie arresteerde als verdachten drie vrouwen, alledrie prostituee’s: Gerda M., Petra B. en Margje W. Gerda en Petra vielen al snel af, want hun bekendheid met de plaatselijke omstandigheden viel tegen. Margje werd langer vastgehouden omdat ze wist van die hoerenbuurt, waar in auto’s de daad werd bedreven.
Ikzelf wist dat ook, toen. En nog een paar honderdduizend mensen wisten het. Margje, die bovendien zeer lelijk was, wist het ook. Ze was tamelijk, hoe zeg je dat, ‘spraakongevoelig’. De politie begon haar te verdenken, en een bewijs was zo gevonden: in haar auto waren geen sporen gevonden van die drie mannen, en ook in de auto’s van die drie mannen waren geen sporen van Margje gevonden. Maar Margje zou tijd gevonden hebben om alle sporen te verwijderen.
Toen Margje werd voorgeleid, begon ze de rechters te beledigen. Dat zette kwaad bloed, en zo werd ze veroordeeld tot 20 jaar plus TBS.
Volgens mij is het een misvatting. Het is een kwestie van recht dat iedereen opkomt voor Margje. Dat niet alleen. Die rechters en politiemensen en justitiedienaren van toen moeten ontslagen worden, wegens onkunde.
Er moet een nieuw proces komen.

vrijdag 11 december 2009

130. Waar bemoeit zo’n man zich mee

Voor de dwangmatigen onder u. Let op, dames en heren. U zult misschien allemaal wel iets dwangmatigs doen (de keuken overmatig schoondweilen of, noem maar iets, als u in de Q-koortszône woont, de deurkrukken steeds zéér schoonmaken), maar ik heb sinds mijn zeventiende jaar tot mijn zeg zevenenveertigste jaar het volgende zitten doen. Ik had mijn depressies en vóórdat ik een depressie kreeg, ging ik dwangmatig zitten tellen.
Ik zal u zeggen hoe dat in zijn werk ging.
Ik had bijvoorbeeld (zoals nu) een fles Stadium Ruby Port voor me staan, waarop nog meer tekst stond, bijvoorbeeld ‘Vinho do Porto’ en ‘Product of Portugal’.
Het probleem was dat dat 65 opleverde, niet meer. Dat was niet genoeg, want dat was niet deelbaar door 3. Dan moest ik dus ook de verdere tekst op de fles mee gaan rekenen. Als het totaal toch niet deelbaar door 3 bleek te zijn, dan moest ik het onderhoudertje waarop de fles stond gaan meetellen (onderhoudertje: 36 óf 147). Dat hielp dus ook niet. Dus dan moest ik óf de tafel waarop het geheel stond meetellen, óf het glas post er ook nog bijtellen.
U begrijpt, het was een heel gedoe.
Hoe telde ik. Aldus. A=2. B=3. C=1. D=2. E, F, G, H, I, J, K, L M, N=1. O, P, Q, R=2. S, T, U, V, W, X, Y en Z=1. En a en b=2. c=1, d en e=2. f=1. g=3. h=1. i en j=2. k, l, m, n=1. o, p, q=2. r, s, t, u, v, w, x, y, z=1.
U begrijpt nu wel hoe een simpel telsysteem het was, maar hoe je ook door bijvoorbeeld fantasieletters op bijvoorbeeld gebaksdozen in de war kon worden gebracht. Die fantasieletters brachten me overigens nooit in verwarring, want ik telde alles wat ik las. Totdat ik weer in een depressie geraakte.
Voordat ik in zo’n depressie geraakte, was er bovendien de mogelijkheid dat ik van een tientallig systeem overstapte op een zeventallig systeem. Een zeventallig systeem leek me logischer, vraag me niet waarom.
Ik weet niet meer wat oorzaak en gevolg geweest is, maar ik heb beide dingen sinds 2002 niet meer gehad. Ik tel bijvoorbeeld niet meer de dingen die op een potje Calvé staan, en ik raak ook niet meer in een depressie.
In 2002 vond ik dat het maar over moest zijn met die onzinnige dingen. Ik had toen een hersenbloeding gehad en ik kon bijna niet meer lopen. Eerst lopen, bedacht ik. Eerst de rechterknie maar eens heffen. Dat heeft zo’n anderhalf jaar geduurd en toen ging het. Ik dank u voor het applaus. Maar het grote effect was wel dat ik na 2002 ook geen depressies meer heb gehad. En al helemaal niet sinds ik Alice ken, die me definitief heeft genezen, zonder dat ze trouwens weet hoe. Ik weet ook niet hoe ze het heeft gedaan, maar gedaan heeft ze het.

donderdag 10 december 2009

129. Het was wat rommeliger

Vroeger schreef ik in de Limmerick, een dorpsblaadje dat niet zoveel voorstelde. Het was een voetbalblad van de RKVV Limmen, dat voorgaf ook ander interessant nieuws voor Limmen te brengen. Ik was een jaar of zeventien, en ik wilde er eens iets in zetten.
Wat kon het zijn, dacht ik. Een artikel tegen de katholieke kerk! Tegen kapelaan Beldrok, de vieze vuilak! Dat moest het worden.
Ik besloot niet het systeem van hoor en wederhoor toe te passen. Ik wilde slechts die katholieke kerk te kakken zetten. ‘Had Jezus niet gezegd,’ begon ik dat artikel, ‘dat in Mijn kerk slechts fatsoenlijke mensen mogen werken? Welnu!’
Ik schreef over pastoor Bangert die eens bij mijn moeder was langsgeweest om haar te vragen of er niet nog meer nakomelingen te verwachten waren, een vraag waarover mijn moeder natuurlijk razend kwaad was geworden, want waar bemoeit zo’n man zich mee.
Het artikel ging vooral over kapelaan Beldrok, die er de gewoonte van had gemaakt de misdienaars voor een H. Mis te kussen en aan het tweede verhemelte te betasten.
Het artikel had ik ondertekend met een pseudoniem (Pierre Perré), want ik wilde er niet al te grote moeilijkheden mee oplopen. Het werd geplaatst, want in die jaren werd alles geplaatst. Het was wat rommeliger dan het nu is.
De zondag nadat de Limmerick was uitgekomen ging ik naar de kerk, en daar preekte pastoor Bangert. Hij ontkende vanaf de preekstoel natuurlijk alles wat er in dat artikel stond, hij was zeer kwaad op de RKVV Limmen, die zomaar zulk een schandschrift had menen te mogen verspreiden en hij wilde ook wel eens weten wie die meneer Perré was, die zulke schandelijke leugens verspreidde over de clerus. ‘Want een mevrouw Perré heb ik nooit zoiets gevraagd!’ besloot hij.
Toen had ik natuurlijk op moeten staan en moeten zeggen: ‘Maar mevrouw Hoogeboom heeft u het wél gevraagd!’ Dat deed ik echter niet, want ik was te laf.

woensdag 9 december 2009

128. Informatie over het verleden

Vroeger was alles beter. De wegen bijvoorbeeld: van links naar rechts was dat niet, zoals nu, een keurig trottoirtje, een fietspad, een tweerichtingsverkeersweg, een fietspad en een trottoirtje. Het was wat rommeliger, gewoon verharde weg met rafelige randen, en links en rechts gras, riet, boterbloemen, en hier en daar een boom.
Pas in de jaren zestig en zeventig, toen we het allemaal konden betalen, zijn al die wegen rechtgetrokken omdat dat ‘veiliger’ was voor het autoverkeer. Weer wat later bleek die verkeersveiligheid beter gediend te zijn met rotondetjes op elke halve meter, zodat we de oude toestand weer terug hadden, maar nu beter georganiseerd.
De huizen waren ook mooier, vroeger. En dat komt doordat je vroeger simpelweg een huis bouwde, zonder enige regel van welke overheid dan ook. Ook dat is tegenwoordig beter georganiseerd en lelijker geworden.
Naast ons huis te Limmen (vroeger adres: Middenweg 25, nu Middenweg 47, want er is wat afgebouwd in Limmen) leefde de familie Dekker in een woninkje dat gewoon midden in een grasveld stond, samen met een paar bomen. Ik weet niet precies meer wanneer het gebeurd is, maar bomen, gras en dat woninkje zijn gesloopt. Nu staat er een keurige villa.
Ons huis was vroeger ook een schoonheid om te zien. Door de gezinsuitbreiding moest er een verdieping op gezet worden, en meteen moest ook maar het mooie hek voor het huis weg, er werd een grote schuur achter het huis gebouwd. Ach, ach.
Vroeger, toen ik een jaar of tien was, had je de Bende van Bos en de Bende van Valkering, genoemd naar respectievelijk Paul Bos en Bert Valkering. Ik zat bij de Bende van Valkering. Toen onze schuur net gebouwd was, kregen we het aan de stok met de Bende van Bos. We zaten op het grasveld achter ons huis, ik weet niet meer wat we daar deden. ‘Overval!’ riep één onzer. We werden bekogeld met rotte eieren. Toen kreeg één van ons het idee om een raam van onze nieuwe schuur in te gooien en de schuld daarvan bij de Bende van Bos neer te leggen. Zo gezegd zo gedaan. Raam ingegooid, vader kwaad naar buiten komend: ‘Wie heeft dat gedaan!?’
‘Die jongens van Bos,’ zeiden wij.

maandag 7 december 2009

127. Bloei en wasdom

‘Het moet groeien,’ was mijn mening, toen ik een jaar of vijftien zestien was. Ik was van oordeel dat ik eeuwige thema’s aansneed en prachtige ideeën te berde bracht. Ik borrelde van schrijfplezier, maar ik dacht niet: wat ik schrijf, moet uitgegeven worden.
Ik woonde in Limmen. Limmen was een dorp waar zoiets als het schrijverschap ook niet serieus werd genomen. ‘Daar kun je toch niks mee verdienen,’ was de meest gehoorde reactie. Je kon beter gaan werken in de bloembollensector, die zo’n veertig jaar geleden nog zeer machtig was.
Ik heb daar ook in gewerkt, in de zomervakantie. Tulpen pellen. Ik herinner me nog het jaar (1965 of 1966) dat een aardig Alkmaars meisje, ook aangetrokken voor hetzelfde werk, me uitnodigde eens het nummer Pretty Woman van Roy Orbison voor haar te zingen. Ik kende dat nummer helemaal niet, dus ik verzon iets geheel anders. Het commentaar luidde: jij kent de Top 40 helemaal niet!
Inderdaad kende ik die niet. Ik wist wel van Q65, van Cuby and the Blizzards, van een Amerikaanse zanger die Howdie heette. Of misschien was het een Engels geval. Maar van die Top 40 heb ik nooit iets begrepen of geweten.
Dat niet kennen van de normale dingen heb ik mezelf niet aangetrokken. Zo weet ik bijvoorbeeld niet wie er lid zijn van de Toppers, een groep waarvan Geert en Goor zeker weer lidmaat van zijn geworden. Ik zoek die informatie ook niet op.
Ik ben meer geïnteresseerd in de manier waarop bijvoorbeeld Purcell of Byrd uitgevoerd worden. Vooral Byrd.
Mijn wasdom zit hem dus meer in het verkrijgen van informatie over het verleden.

zondag 6 december 2009

126. Arrogant en onbeleefd

Geachte heer burgemeester van Dirkswoud,
Als jongeren van ons dorp vinden wij dat wij ons ten volle moeten kunnen ontplooien tot ware, stabiele volwassenen. Meestal geschiedt dit ook. Wij kwamen en komen vaak tot bloei en wasdom en hebben daarbij geen reden om te klagen over tegenstrevende bewegingen. Daar is in ons goede Dirkswoud ook nauwelijks sprake van, en bovendien is daar: de kracht der jeugd die zulke tegenstand gemakkelijk overwint.
Waar wij echter — met uw welnemen, heer burgemeester — tegen zouden willen protesteren, zij het niet met spandoeken of stille optochten, is het optreden van de heer K. Wuik (D66, Noordvaart 13).
U kent de heer Wuik? Vast wel. De heer Wuik (zoals gezegd uitkomend voor D66, wonende op de Noordvaart nummer 13, naast het door de jongeren ‘het voetbalveld’ genoemde terrein) is, zoals wij jongeren zeggen, een wat ruwe kwant, die woorden bezigt zoals ‘sodemieter toch eens op, rattengebroed!’ en ‘ga thuis voetballen, gespuis!’.
Naast dit taalgebruik, dat toch zeker niet lijkt op het gewoonlijk in ons dorp gebezigde discours, maar waarvan wij jongeren zeggen: alla, heeft de heer Wuik nu de gewoonte aangenomen zich te ontfermen over onze Adidas voetbal. Zodra onze Adidas voetbal verdwijnt in zijn, overigens zeer onverzorgde tuin, springt de heer Wuik naar buiten, pakt de voetbal en snijdt de voetbal stuk! Dit heeft zich de afgelopen week drie- en de daaraan voorafgaande week tweemaal voorgedaan.
Wij zeiden de heer Wuik de laatste keer dat wij een protestbrief zouden sturen naar u, heer burgemeester, doch hij zei slechts: ‘Ha!’ Het is deze arrogantie en onbeleefdheid die ons de koude rillingen over de ruggen deed lopen.
Met gepaste hoogachting,
Henk Matsier (zoon van de apotheker).

zaterdag 5 december 2009

125. Vóór de kleurentelevisie

Ik ga niet zo ver dat ik dit aardige stukje Jammin the blues uit 1944 afkeur, maar dit soort muziek moet wel in zwartwit uitgezonden zijn, en niet in kleur. Dus het moet vóór 1968 zijn gemaakt. Jazz van na 1968 kan mij niet boeien. De meeste jazz van vóór 1955 ook niet. Alles wat Duke Ellington, Count Basie of Stan Kenton hebben gemaakt: het interesseert me niet. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld Chet Baker: doe maar weg, vind ik. Er zijn betere trompettisten geweest, en ook betere zangers.
Jazz is zwartwitmuziek voor mij. Er is een Engelse schrijver geweest (ik kom zo nog wel op zijn naam) die zei dat de enige jazzsoort die hem plezierde, de jazz was uit de jaren dertig. Want later begonnen de soloïsten met hun rug naar het publiek te spelen, zei hij. Dat was arrogant en onbeleefd. Hij bedoelde Miles Davis ongetwijfeld. Die speelde inderdaad soms met zijn rug naar het publiek. Ik weet niet of dat zo onbeleefd is: hij kon zich zo misschien beter concentreren bij een ingewikkelde solo. Of hij dacht: luister niet alleen naar mij, mensen, er zijn nog meer mensen in de band.
Vanaf, grofweg, Charlie Parker zijn er in de jazz steeds bewegingen geweest om de melodie te verlaten. Maar van ongeveer 1958 tot 1965 zijn er nog steeds mooie melodische lijnen te zien: neem dit of dit. Dat is de muziek waar ik nu zomaar het meest van houd.
Wat later kreeg je saxofonisten die hun solo’s kuchten en die veel te hoge noten uit hun instrument probeerden te halen. Je kreeg ook mensen die samen een solo probeerden te spelen, ongeveer zoals Charlie Parker en Dizzy Gillespie in vroeger jaren. Maar dan ingewikkelder, uiteraard, en niet meer te volgen.
Ik heb ook nooit gehouden van de Weense School. Die Engelse schrijver was trouwens Kingsley Amis.

vrijdag 4 december 2009

124. Ritmische tikjes

‘Heb jij ook je jazzfase gehad?’ vroeg een mij intiem bekende dame mij vorige week.
‘Nee,’ zei ik, ‘ik ben van 1953, dus mijn leven begon met de Q65 en Cuby and The Blizzards.’
‘O ja. Jammer. Daar keken wij vroeger een beetje op neer, hè. Op de populaire muziek. Wij lazen ook veel.’
Lezen heb ik ook veel gedaan, maar de jazz heb ik nooit ontdekt. Heel jammer, merk ik nu, want ik ben zomaar begonnen de jazz te ontdekken. Ik merk dat ik de jazzmuziek die rond het jaar 1960 is gemaakt, het allerprachtigst vind. Dus de jazz van na Charlie Parker en Dizzy Gillespie en van vóór de kleurentelevisie. Het moet nog net in zwartwit opgenomen zijn.
Zo had ik nog nooit gehoord van de geweldige pianist Ahmad Jamal en zijn meesterlijke spel in Darn that dream. Ik kende natuurlijk wel de namen Cannonball Adderley, John Coltrane, Miles Davis, Stan Getz, Bill Evans, Coleman Hawkins, maar ik wist bijvoorbeeld niet van het bestaan af van So what. Een van de mooiste stukken jazz die gemaakt is.
Ik kan me goed voorstellen dat je een beetje neerkeek op de populaire muziek van bandjes zoals de Merseybeats en de Beatles, als je eenmaal dit soort muziek kende. Ik zou zelf hetzelfde gedaan hebben.

donderdag 3 december 2009

123. Dat weten wij niet

Ik heb één dove gekend in mijn leven. Dat was een dove man, van ongeveer mijn leeftijd. Een jaar of tien geleden, ik zat in een kroeg in Egmond aan den Hoef, ’s middags. Blond haar, een beetje statig figuur. Ik ging naast hem zitten en vroeg waar hij vandaan kwam.
‘Gemsgerg,’ zei hij.
Ik trok een vreemd gezicht, dus hij zei: ‘Ik ben dóóf!’
‘All right,’ zei ik, ‘ik probeer het te vertalen: Heemskerk. We moesten maar eens een pilsje nemen.’
De man pakte mijn rechterhand om me te bedanken, en wees me vervolgens op de verschillende schilderijtjes die in dat café (volgens mij) nauwelijks te zien waren. ‘Dát’!’ en ‘Dié!’
Ik heb toen nog een spelletje gedaan met de man (hij heette Gerard, als ik het me goed herinner) door ritmische tikjes op de bar te spelen. Ongeveer zoals een jazzpianist speelt. Daarvan kon hij alleen genieten (als hij ervan kon genieten, natuurlijk, gegeven dat ze werden veroorzaakt door een volstrekt aritmisch persoon) door met zijn hoofd tegen de bar te gaan zitten, en zo te ‘luisteren’.
‘Niet zo mooi!’ concludeerde hij tenslotte ook.
We hebben daarna nog een uur of anderhalf uur zitten praten, recht tegenover elkaar, over de politiek van Wim Kok enzovoorts, over wat er fout was overal, et cetera. Ik kon hem heel goed volgen, na ongeveer een kwartier, en hij kon mij al direct goed volgen.
Toen Gerard weg ging uit die kroeg, zei de barkeeper: ‘Kan er iemand met die man meegaan?’ Er moest overgestoken worden. Ik knikte meteen naar de barkeeper: nee!

woensdag 2 december 2009

122. Als u nu diepgelovig bent

Maar dat bent u niet. U zit nu dit te lezen, op het internet. Dus diepgelovig bent u niet. Voor u zijn televisie en internet geen zonden. Gelukkig maar, ik schud u de hand. Er zijn christenen voor wie zelfs de auto een zonde is: de Amish, die, zoals u weet, in Amerika nog in huifkarren rondrijden.
Maar als u gelovig bent (u gelooft in de Here God, of in de Maagd Maria, of in het algemeen in Jezus, of in iets), dan zou u eens over het volgende kunnen nadenken.
Hoe lang bestaat de homo sapiens sapiens? Volgens de meest waarschijnlijke schattingen bestaan wij zo’n 250.000 jaar. Ik zou het eerder schatten op 50.000 jaar: ik heb het dan over de vroegste grotschilderingen in Spanje, Zuid-Frankrijk, Zuid-Afrika, Marokko, Turkije. Het kan ook best zijn dat die schilderingen en kralen enzovoorts zijn voortgebracht door de homo neanderthaliens. Dat weten wij niet.
Ik denk dat de homo sapiens en de homo neanderthaliens (ik hoop maar steeds dat ik die naam goed spel!) tenslotte maar zijn samengegroeid, zo’n 50.000 jaar geleden, en hebben geleid tot tenslotte zo’n bokser zoals Valoejev, die trouwens in de omgang heel schappelijk moet zijn.
Maar vergeet even het verhaal dat de wereld maar zo’n 6000 jaar zou bestaan, Toen ze dat schreven, wisten ze nog niets van die tekeningen in Lascaux. Dus dat verhaal van die 6000 jaar kan niet waar zijn, punt.
Dan blijft wel een punt over. Waarom heeft de Here God zich niet geopenbaard 50.000 jaar geleden? Waarom heeft hij daar 48.000 jaar over gedaan? Waarom? Dat vraag ik u, christenen.
Dat is een vraag. Ik heb nog een andere vraag. Hoe schiep Hij de aarde? En de andere planeten? En de zonnen en sterren en de sterrenstelsels? De miljárden sterrenstelsels?
Met deze vragen laat ik u voorlopig rusten.

dinsdag 1 december 2009

121. Dat is voor hun geloof, nietwaar

Als u nu diepgelovig bent — wat u natuurlijk niet bent, want anders zat u niet op het internet — kunt u beter dit stukje ongelezen laten.
Over de katholieke schijnheiligheid en onwaarachtigheid heb ik het al vaker gehad. Over de protestantse koek- en zopiegelovigheid heb ik het ook al eens gehad. Daarover zal ik het nog wel eens hebben, bij volgende gelegenheden. Zuiver om te pesten, want dat soort geloof moet je hard aanpakken.
(De mens bestaat, zeg, 250.000 jaar. In die 250.000 jaar heeft God niets gedaan, op de laatste paar duizend jaar na. Dus Hij heeft ons, als Hij bestaat, eerst laten barsten. Heeft u nog een argument?)
Een ander geloof, in weer een andere God (Allah), kwam ruim 600 jaar later opzetten. Het is natuurlijk weer een volgende variant van hetzelfde: houd van Allah, maar vrees hem! Dat moet samengaan. En je mag hem niet afvallen, want dan mogen de gelovigen je vermoorden.
Fijn geloof, die islam.
Ik denk wel dat een soort Verlichting langzaam op gang komt: ik zie bijvoorbeeld geen Turk meer in Nederland, die daar serieus over praat. Geen Marokkaan ook, eigenlijk. Mannelijke Marokkaanse Nederlanders onderdrukken nog slechts hun zusjes en de vrouwen in hun omgeving, maar dat doen ze niet uit religieuze overtuiging. Ze willen de baas blijven, de hufters.
De bevrijding zal komen van de Marokkaanse meisjes.
Het zal werkelijk niet zo lang meer duren of die Marokkaanse meisjes keren zich af van de Marokkaanse jongens, met hun driften. Die meisjes willen studeren, ontmoeten aardige westerse gasten enzovoorts.
Die westerse gasten zeggen: je mag wel met mij, maar die islam, daar moet je maar afscheid van nemen. Dat heb ik ook gedaan van het christendom.

maandag 30 november 2009

120. Fantastisch nieuws

Wim Bleiswijk, die zich al sinds 1987 Muhammed Charoudi noemt, mag voor de islamitische gemeenschap in Dirkswoud een moskee bouwen. Daar heeft de gemeenteraad mee ingestemd, zij het dat de moskee geen minaret mag krijgen, wegens ‘horizonvervuiling’. De moskee zal komen te staan aan de Noordvaart, op de plek van de vroegere School met den Bijbel. Die School was net afgebroken.
Burgemeester Gerard van de Wind: ‘We moeten onze islamitische vrinden ook wat gunnen in Dirkswoud. Wim is een zeer goed mens, met goede ideeën voor het Dirkswoudse. Hij wil van Dirkswoud het Mekka van Noord-Holland gaan maken. Hij wil dus vóór zijn moskee een grote zwarte steen neerzetten, waar onze islamitische vrinden omheen kunnen lopen. Dat is voor hun geloof, nietwaar. Ze doen dan witte kleren aan, en dan lopen ze om die steen heen, ‘Allah, Allah!’ roepend.
Wim is ook een goede bouwmeester, dus dat zal vast wel goed komen. Hij rekent op een flinke aanloop, die ook goed zal zijn voor onze middenstand en voor het restaurantwezen in Dirkswoud. Restaurant Dirkswoud wil zich voor zulke dagen al Restaurant De Tulband gaan noemen. Ik ben blij dat onze bevolking ook meedenkt hoe we Dirkswoud opstoten in de vaart der volkeren.
Maar een minaret was helaas niet mogelijk, nee. We zien dat al in de landen om ons heen, daar komen alleen maar protesten van. Burka’s en minaretten, dat moeten we niet hebben in Dirkswoud, zeker niet tijdens mijn burgemeesterschap!’

zondag 29 november 2009

119. Niet bang zijn voor het gewicht

GroenLinks is ook alweer klaar om aan een regering deel te nemen! Mooi! Leuk dat ze dat even gezegd hebben. Ze staan pal voor het klimaat, en dat moeten we ook hebben, dus dat ze klaar staan om tot een volgende regering toe te treden, is fantastisch nieuws.
Het is jammer dat ze Femke (ik heb dit grapje al eerder gemaakt, maar wie heet er nu Femke?) Halsema als leider hebben. Ze hadden beter een type als Kees Vendrik kunnen kiezen. Femke is zo’n meisje dat op een hockeyclub zeer vervelend kan zijn: ze betaalt nooit haar eigen pilsje, maar ze wil ook nooit met je mee naar huis.
Alice, die nu links naast me zit, schoon en prachtig, met zulk weelderig hoofdhaar..., kortom, ik kus haar nu, vertelde me vijftien minuten geleden over de EEK: de Elektronische Ecologische Knipkaart. Die knipkaart zou kunnen worden ingevoerd door een GroenLinkse minister van Klimaatbeheersing.
Met die knipkaart, die geldig is van 1 januari tot en met 31 december, kun je, nee, moet je in een jaar tijd je beperken in je vuile bezigheden. Je kunt je huis natuurlijk verwarmen, zij het niet constant je hele huis. Als je toch een stukje centrale verwarming in je wc aanlegt, dan mag je weer niet op vakantie naar de Seychellen. Ga je toch naar de Seychellen, dan mag je een jaar lang niet auto rijden. Doe je dat toch, dan wordt je rijbewijs ingenomen. Et cetera.
Ik kus Alice nog een keer. Ze heeft de perfecte oplossing gevonden. Zij wil even graag als ik GroenLinks in de regering. Die koeien, zegt ze nu, dat is ook nergens goed voor, niet voor je darmen, niet voor het milieu. Die weilanden kun je weer gebruiken voor de appel- of uienteelt, of je kunt er windmolens in zetten, want elk plekje is daarvoor nodig.
Had je nog meer ideeën, Alice?
Hoepelrokken, zegt ze.
Hoepelrokken?
Ja, zegt Alice. In plaats van die rare hoedjes op prinsjesdag. Dat is toch geen gezicht!

zaterdag 28 november 2009

118. Als ik eens ergens wil komen

‘Mijn naam is Piet van der Kruk,’ merkte ik glimlachend op, toen ik in de supermarkt een jongeman bezig zag een paar kratten bier olympisch op elkaar te stapelen. ‘Ik ben 56 jaar, weeg 78 kilogram en heb als hobby: vissen.’
De jongeman keek me verbaasd aan, dus ging ik verder: ‘Maar we gaan er nu even tussenuit voor de reclame, en dan komen we daarna meteen weer terug bij het heren gewichtheffen tot 63 kilogram te Pyongyang, Zuid-Korea, waar het stoten gaat beginnen. Het trekken was zeer spannend, zoals u heeft kunnen zien, en werd gewonnen door Manchurian. Nee, niet Manchurian, maar de Wit-Rus Katorchik uit Minsk.’
Ik had beter mijn mond kunnen houden, want de jongeman keek me nog steeds verbaasd aan. ‘Wat lult u nou?’ zei hij.
‘Niks,’ antwoordde ik. ‘Gaat u rustig verder met uw werk. Borst vooruit en niet bang zijn voor het gewicht.’
Het wil me maar niet lukken in de sociale contacten, ik weet ook niet hoe het komt. Ik ben er al mee naar een psychiater geweest, en die zei: ‘U moet eens stoppen met grappig willen zijn.’ Maar ja. Probeer dat maar eens! Niet grappig, maar serieus zijn in je contacten met de medemens! Dat lukt mij alleen in mijn contacten met katten en honden.
Zo kwam ik gisteren een keurig getrimde wittte bouvier tegen, die samen met zijn eigenares over de Voorstraat liep. Hij voorop, eigenares er achteraan. Ik had hem al eens eerder gezien, en hij had mij ook eerder gezien, dus hij trok behoorlijk aan de lijn. Toen hij bij me was, gromde hij verlekkerd, want hij dacht: van die meneer krijg ik wel weer eens iets!
En ik heb altijd een paar hondebrokjes in mijn rechter jaszak, dus ik zeg tegen hem: ‘Zit!’ En ik haal een hondebrokje tevoorschijn, dat ik hem geef. Ik aai hem over zijn kop en zeg: ‘Hondje zit nog in de groeifase, is het niet? Hondje moet nog wat aankomen.’
‘Welnee, meneer!’ zegt de eigenares.
‘Ik bedoelde het niet zo,’ zei ik, ‘het was bij wijze van spreken. Zo praat ik nu eenmaal als ik bij honden ben.’
‘O, dan is het goed,’ zei de eigenares. Ze was overigens mijn type niet.

vrijdag 27 november 2009

117. De gewone bezwaren

Ja, Camiel. Daar zit je dan met de gebakken peren. Het is veelsteduur en ook veelste ingewikkeld om in acht of negen miljoen auto’s even een kastje te zetten. Je had het ook anders en simpeler en eerlijker kunnen inrichten, Camiel.
Kijk, ik zit er niet mee, want ik heb geen auto. Als ik eens ergens wil komen, dan lift ik mee met de juwelendief J. de L., die er ook niet mee zit, want je denkt toch niet dat dat kastje niet te kraken is? Het is even ingewikkeld als het Elektronisch Patiënten Dossier van je collega op volksgezondheid. Dat is al gehackt, en het bestaat nog niet eens! Zo zal het ook gaan met jouw autokastje. Wacht er maar op, en wees er zeker van dat het op grote schaal zal gebeuren. Dan moet er weer een nieuw kastje worden ingebouwd in die acht of negen miljoen auto’s, en ook dat kastje zal worden ‘verbouwd’.
Het goede aan je plan is de afschaffing van die wegenbelasting en zo. Dat is goed. Dat is vooral goed omdat je de aanschaf van een auto goedkoper maakt, en dat is goed. Meer auto’s op de weg, dat is goed.
Dat deel van je plan houden we er dus in.
De rest moet anders en wel zo. Maak ten eerste van de tankstations een overheidsbedrijf. Maak ten tweede van het trein- en busvervoer een overheidsbedrijf. Zorg ten derde voor uitgebreide parkeerplaatsen bij de stations, waar alleen kleine, hippe tweepersoons elektrische autootjes klaar staan, waar iedereen zo kan instappen om het laatste deel van hun reis te maken.
Zomaar wat ideetjes om de files tegen te gaan.
Maar die kilometerheffing, die kan wel weg, Camiel. De mensen betalen al een kilometerheffing: als ze tanken namelijk. Als de overheid meer kilometerheffing wil ophalen, dan moet dat via de benzineprijs. Dat is het simpelste.
Voorts moeten de mensen meer thuis gaan werken.
Nu jij weer, Camiel!

donderdag 26 november 2009

116. Maar wie gaat dat betalen?

Het is natuurlijk pijnlijk, dat begrijpen wij heel goed, maar het bedrag zal eenmaal opgehoest moeten worden. En dan zeggen wij: beter in heel kleine stapjes, dan in één grote klap. Dat vinden wij, en dat vindt ook de hele Kamer. Kleine stapjes, waarvoor we dan wel wat kleine tegemoetkomingen hebben. Zoals: u mag aan de achterzijde van uw woning een extra dakkapel bouwen, zo lang dat niet in tegenspraak is met et cetera. De gewone bezwaren. Dus u krijgt geen gemeentelijk ambtenaar meer enzovoorts. Behalve natuurlijk als u te ver gaat in uw bouwdrift.
Dat gezegd zijnde, stuiten we op een ander probleem. De inning. Voor de inning van deze belasting hebben we het volgende uitgedacht. Die zal geschieden door ambtenaren in fight suits, zoals dat tegenwoordig wordt genoemd. Dus kogelvrije vesten enzovoorts.
Charlie Aptroot (VVD): ‘Dus iedere jager is daarvan de dupe.’
Als u dat zo wilt stellen, ja. Iedere liefhebber die in de natuur rondloopt met een geweer, zal betalen. En zal grof moeten betalen.
Aptroot: ‘Schande! Want dan kan iedere aardbeienplukker zich wel bedreigd gaan voelen als hij, of zij, een beesje doodmaakt!’
U heeft niet goed geluisterd, meneer Aptroot, mevrouw de voorzitter. Dit wetsvoorstel gaat over dieren. Niet over beestjes. Het reikt van over katten en honden tot en met edelherten, zwijnen enzovoorts. Lijkt mij duidelijk.
Mevrouw Halsema (GroenLinks) : ‘Reikt uw voorstel ook tot de dolfijnen?’
Tot de dolfijnen reikt het nog niet, maar daar zal het in de toekomst wel toe gaan reiken. Het zeeleven is nog niet meegenomen in dit voorstel.
Mevrouw Halsema: ‘En de paling?’
Het zeeleven is nog niet meegenomen in dit voorstel.
Mevrouw Halsema: ‘Dus de palingboeren mogen zomaar hun gang blijven gaan?’
Dat zeg ik niet. Ook de palingsector krijgt controle.
Mevrouw Halsema: ‘Actieve controle?’
Actieve controle, mevrouw Halsema.

woensdag 25 november 2009

115. Kent u die partij nog?

De POV, de Partij van de Onafhankelijke Vervoerders. Jan Sleur, in 2003 de partijsecretaris, vertelt.
‘Kijk. Wij hadden de beste partij, met een geweldige partijvoorzitter, meneer Hendrik van Voorn. Prettige man om mee samen te werken, geweldige lijsttrekker ook. Helaas overleden in 2008, bij een botsing in Kamervoort. We hebben toen nèt geen kamerzetel gehaald, maar we hadden hier en daar plaatselijk succes.
Wij hebben de onafhankelijke vervoerder weer gezet waar hij thuis hoort: op het podium. En daar hoort hij belastingvrij te staan! Vrij en onverveerd! Want nu komen ze weer aan met een kilometerheffing, maar wie gaat dat betalen? Juist. De onafhankelijke vervoerder is weer de klos. Ze zéggen wel dat het 3 cent per kilometer wordt, maar die prijs gaat natuurlijk omhoog. Gewoon, een nieuwe belasting is het voor Jan de Patatbakker. Het leven van de gemiddelde Scania Vabisrijder wordt steeds moeilijker gemaakt, meneer.
Terwijl! Ik zal u zeggen wat wij van de POV hebben uitgedacht om het fileprobleem op te lossen. Waar de plietsie op moet letten. Dat is op de stromen auto’s die moeten rijden en de stromen auto’s die zomaar rijden. Dat zijn van die jongens die zeggen: ik moet naar mijn broer in Zwaagwestdijk. ‘Maar u rijdt richting Apeldoorn!’ zegt de plietsie dan. Dat soort jongens moet de plietsie gewoon de berm inrijden. Weg files.
Wie moet rijden, die moet rijden. Maar wie niet moet rijden, die kan ook lopend naar zijn oude moeder gaan. Waarom zijn wij als volk zo dik geworden? Omdat we in de file zijn gaan zitten, meneer!
Dus waar de plietsie op moet gaan letten, dat is niet of de onafhankelijke vervoerder een kilo overgewicht meeneemt, want die levert hij weer af, laat ons eerlijk blijven. Waar de plietsie op moet gaan letten, dat is: mag die of die auto zich wel bevinden daar waar hij is? In de file.
Het woonwerk- en het werkwoonverkeer, dat bestaat alleen maar omdat het er is. Maar daar hadden we toch de bussen voor in het leven geroepen? Nou dan! En de treinen en de fietsen. Maar de dames en heren vreten zich lekker vol en gaan de volgende ochtend vrolijk weer in de file staan. Het kost ons uren.
En daar wou de POV een einde aan maken. Dat was ons hoofdpunt.’

dinsdag 24 november 2009

114. Daar wisten zij wel iets op

Wie zich misdraagt, moet daar allereerst de financiële gevolgen van dragen. Als je iets steelt uit een winkel, hoef je helemaal niet de gevangenis in, maar betaal je die winkelier het (bijvoorbeeld) vijfvoudige van het gestolene terug, plus een boete die aan het rijk toekomt. Zo zou het moeten. Als je niet weet hoe je het moet betalen, word je onder financiële curatele gesteld. Dat is allemaal zo simpel als wat.
Wat als de overtreder van de wet een jongeling is van zeg vijftien jaar? Dan zijn de ouders verantwoordelijk op de eerste plaats. Ook zo simpel als wat. ‘Maar die ouders zijn zo arm’ et cetera? Financiële curatele. Streng toezicht.
In de jaren zestig was er een moord, gepleegd door een paar jongens van zestien of zeventien jaar, die een vriendje omlegden en in een put gooiden. Die jongens werden veroordeeld tot een jaar, meen ik, in elk geval was het niet meer. Die jongens zijn later nog tamelijk goed terecht gekomen. Verzekeringsbedrijf enzovoorts.
Nu is er weer zo’n geval, te Urk. Wederom kan men zich niet voorstellen dat zoiets in Urk voorkomt, maar zoiets kun je je ook niet voorstellen in Dirkswoud, geloof mij.
Wat moet je nu met die daders van 12,13 en 15 jaar doen (áls dat de daders zijn). Ik zou ten eerste de ouders van die daders aanbevelen uit Urk te verhuizen. Ten tweede zou ik níet op de VVD of PVV gaan stemmen, bij de volgende verkiezingen. Die willen zulke leuke radicale maatregelen nemen: jongens van veertien die iets misdoen, moeten volgens het volwassenenstrafrecht berecht worden.
Zo’n Teeven van de VVD, voorheen van Leefbaar Nederland (kent u die partij nog?), en dáárvoor geen lid van de advocatuur maar juist van de tégenpartij die zovele fouten heeft gemaakt in de afgelopen jaren. Teeven zegt dat hij daarvoor is.
Teeven zegt dat kinderen gestraft moeten kunnen worden. Kinderen moeten gestraft kunnen worden, ja. Maar bij voorkeur niet door een overheid, maar door hun ouders. Die mogen zulke jongens streng aanpakken.
Het zou al een boel opschieten als we een wet aannamen volgens welke het verboden zou zijn je op straat te vertonen na 21.00 uur, als je niet kunt aantonen dat je ouder bent dan 16 jaar. Boete: ach, meteen 1000 euro.

maandag 23 november 2009

113. Tzatziki

Croquet is kroket geworden, maar yoghurt is niet joggert geworden. Hoe komt dat? Waarom blijven we het woord yoghurt zo spellen?
Ik heb daar een theorie over, die ik u zo ga uitleggen. Eerst vertel ik u hoe het in mijn geval zo is gekomen. Toen ik mijn eerste woorden leerde schrijven (ik was vijf jaar en een beetje voorlijk), zei mijn moeder mij al dat het woord yoghurt een apart woord was. Het kwam uit het Turks, zei ze, het was het enige woord uit het Turks in de Nederlandse taal. Andere mooie woorden, zoals loempia, kwamen niet uit het Turks, maar uit het Maleis. Ze voegde er nog enige historische details aan toe, die ik vergeten ben.
Mijn theorie. In de maand mei van het jaar 1871 arriveerde de Turkse familie Cacik (de c’s als tz uit te spreken) in Nederland. Zij vestigden zich eerst in het vredige Borculo, een mooi plaatsje in de Gelderse Achterhoek. Twee jaar later al was de familie verhuisd naar het Lange Voorhout te Den Haag, waar nu nog steeds op nummer 29 een bordje op de voorgevel hangt waarop ‘Cacik Yoghurt!’ staat.
De familie kwam uit de Turkse yoghurtcultuur, had geleerd dat wij Nederlanders, hoeveel wij veel melk produceerden, met die melk eigenlijk niets deden. Daar wisten zij wel iets op: yoghurt!
‘Die joggert is veelste zuur!’ reageerden de Hollanders in het begin.
‘Wat ies te zuur? Oenzin!’ zei de familie. ‘Noem het dan yoghurt, zo noemen wij het al eeuwenlang.’
Dit was het begin van de yoghurt in Nederland. Er wordt nog steeds op toegezien dat het woord correct gespeld wordt op de flessen en de kartons door een bestuurslid van de Melkunie, een kleinzoon van de familie Cacik die zo succesvol heeft geopereerd in Nederland.

zaterdag 21 november 2009

112. Ik haal een titel altijd uit het vorige stukje

Het is tijd voor een bekentenis. Ik lieg nooit, moet u weten. Liegen is een doodzonde. Maar nu heb ik gelogen in mijn titel: Ik haal een titel altijd uit het vorige stukje. Dat doe ikzelf helemaal niet.
Gelogen. Ik zal het u uitleggen.
De titels komen steeds uit het laatste stukje, ja, maar wie zorgen daarvoor?
Daarvoor zorgen, beken ik u nu, de heren Karel van de Voort en Gerard de Graaf en mevrouw Joline Verspee. Het is niet anders. Wat is er namelijk gebeurd?
Toen ik een paar maanden geleden mijn bedrijf Ben Hoogeboom Blogt BV (BHBBV) opzette, kon ik er nog geen vermoeden van hebben. Ik dacht: ik neem eenvoudig een paar mannetjes in dienst, dat maakt alles wat gemakkelijker. Wat zou ú doen? U zou er toch ook een bedrijfje van gemaakt hebben? Dus je neemt hier wat mannetjes voor in dienst, en daar wat mannetjes voor in dienst. Het bedrijf loopt als een tiet. Jawel, het liep meteen als een tiet.
Maar ik werd meteen, als het ware, overvleugeld door mevrouw Verspee. Die mevrouw had allerlei creatieve ideeën, waar ik geen raad mee wist, maar die uitgevoerd moesten worden. Kinderopvang enzovoorts, dat soort dingen. Ik kan mevrouw Verspee niet meer kwijt, ik kan haar niet meer lozen.
Maar goed. Die drie mensen, Karel, Gerard en mevrouw Verspee sturen mij elke avond een mail waarin ze mij eerlijk zeggen wat ze denken van mijn stukje van die dag (‘Geweldig stukje, Ben!’, ‘Grandioos leuk!’, ‘Hoe verzint u het toch, meneer Hoogeboom!’ enzovoorts). Tevens zenden ze mij de volgende titel. Daar zijn natuurlijk heel wat overwegingen aan vooraf gegaan. Ik wil ook niet zeggen dat zij niet in staat zouden zijn om een titel te bedenken, helemaal niet.
Maar de starheid van het gezelschap, alsof alléén een titel uit het vorige stukje geschikt zou zijn! Gisteren was er bijvoorbeeld (kijkt u maar in de reacties op het vorige artikel) een Dexter die onder meer voorstelde om Tzatziki als titel te nemen. Ik zal het eens overleggen met mijn Raad van Bestuur.

111. Excuses voor de slechte titel

Banaal vindt u het misschien, maar ik haal een titel altijd uit het vorige stukje. Dat doe ik meestal even na twaalven ’s avonds en dan schrijf ik er de volgende ochtend een passend stukje bij. Zo werk ik nu eenmaal. Ik heb dus een titel, en daar hangt het stukje van af. Niet andersom. Ik probeer het me ook soms moeilijk te maken, zoals dit keer.
Echter, zo moeilijk is het niet om met mijn titel van vandaag iets te doen.
Nadat je een titel gevonden hebt, ga je slapen. Dan is je dag afgelopen, je bent verlost, alle pijnen zijn vergeten enzovoorts. Het is bij mij nog wel zo, dat ik in mijn bed duik, denkend: had ik niet een betere titel kunnen hebben? Dat is een vraag waar ik meestal mee in slaap val.

Hoe laat sta ik op? Negen uur dertig sta ik op, dan bel ik mijn geliefde om te vragen of zij ook opgestaan is (eigenlijk: of ze niet ziek in bed is blijven liggen). Daarna de gewone werkzaamheden: douchen, ontbijtje, koffie, computer aanzetten.
Ongeveer om tien uur kunt u mij dus bereiken. Telefonisch, per mail, persoonlijk. Maar nu het vreemde verhaal dat me vanochtend overkomen is. U moet weten, ’s ochtends zet ik eerst een stukje Glenn Gould op. Dat ritueel werd vanochtend ruw verstoord, er werd op mijn raam geklopt. U moet ook weten dat zelfs het tikken van een klok mij al van stuk kan maken.
Ondanks dat, ik deed mijn deur open. Daar stond Adrie Verver, een zeer oude kennis uit Limmen. Adrie was, net als ik, al zeer verouderd, maar ik herkende hem meteen.
Gratis koffie dus. Praatje maken. U weet wel hoe dat gaat: hoe is het met jou, nu? Wel, het ging slecht met Adrie, hij zocht woonruimte, maar kon niets vinden. ‘Waar ben je ingeschreven?,’ vroeg ik. ‘Nergens,’ zei hij.
Een onrendabel geval, dus, redeneerde ik meteen, want zo moet je dat zien volgens Marcel van Dam. Ik nam meteen verschillende biljetten van tien, twintig en vijftig euro’s (die overal in het huis rondlagen) in beslag en stak ze ferm in mijn rechterbroekzak. Want je weet het niet hè?
Bovendien wist ik al dat Adrie een gevangenisstraf voor het een en ander had uitgezeten. Dus dan kijk je wel uit, niet?
Over het geheel genomen viel het bezoek van Adrie me nog wel mee. Er waren kleine gewelddadigheden, die ik in de kiem gesmoord heb kunnen houden.
Overigens, Adrie is een gevaarlijk persoon. U moet er niet mee omgaan, ik waarschuw u.
Maar u snapt nu wel waarom de titel van dit stukje zo slecht was, en gewoon Acrostichon had moeten luiden.