zondag 13 december 2009

132. Kwaad bloed

Er zijn omstandigheden onder welke het u mogelijk moet zijn, mij kwaad te maken. Normaal ben ik een rustig persoon, een uitermate kalme figuur, die nauwelijks uit zijn evenwicht te krijgen is. Ik was een trouw echtgenoot voor mijn twee vrouwen (die overigens beiden zijn doodgegaan). Zij hebben mij allebei enkele kinderen geschonken, die helaas ook zijn verdwenen, stuk voor stuk. Het zou voor een alleenstaande man, werkzaam in de grafische industrie, ook bijzonder moeilijk zijn geweest, kinderen op te voeden, dat begrijpt u onmiddellijk. Dus: weg ermee!
Mijn eerste vrouw, Ida, was, wat je noemt, een geil typetje. Een klein, geil typetje. Ze stond altijd voor me klaar, om het zo maar eens te zeggen. De dijen gespreid, nietwaar. Ik dacht: daar kunnen we, ter vergroting van het gezinsinkomen, gebruik van maken. Maar ze weigerde. Ze schonk me nog twee kinderen (een jongen en een meisje), maar toen was de situatie binnen ons gezin al zo slecht geworden, zo nijpend, dat ze later in het duin is gevonden, ter hoogte van Castricum, met diverse ernstige hoofdwonden, die een dodelijke afloop hadden bespoedigd. En wat doet dan een man van eer? Die verlost zijn kinderen onmiddellijk uit hun lijden.
Ik was weer alleen, dus ging ik weer op zoek naar een volgende vrouw. Die vond ik per advertentie. Carina. Een atletisch type vrouw, die zich bijvoorbeeld kon aanbieden, staande op haar handen. Het was werkelijk een groot genot! Zo lang als het duurde, dat begrijpt u. Ze schonk me een zoon en toen was het prettige wel uit onze relatie verdwenen.
Daarna heb ik enige tijd in de gevangenis doorgebracht, wegens enkele vergrijpen, en nu zit ik in de TBS, ter beschikking van de slavernij, zoals ik het noem. Ik hoop dat ik nog eens een rustig vrouwtje kan krijgen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen