woensdag 5 september 2012

BWV 911

Wat doet een tamelijk zieke, 59-jarige nog op een dag? Wel, hij zit niet te luisteren naar zijn hartritmestoornissen, die laat hij voorbij gaan. Vanochtend bijvoorbeeld had ik gewoon zin in BWV 911 van Bach, dat is een toccata in C klein. Die is door vele pianisten en ook door vele clavecimbelspelers gespeeld.
Ik wil de clavecimbelliefhebbers hier niet tekort doen, maar als Bach uit zijn graf zou opstaan, zou hij zeggen: geef mij de piano maar! Hij zou ook zeggen, bij bijvoorbeeld een opvoering van zijn Hohe Messe, zoals die van de week op Cultura werd getoond: die hobo’s van tegenwoordig, die klinken toch een stuk beter, hè! Dan moet je hem uitleggen dat het een Festival van Oude Muziek was, et cetera. (Ik dacht altijd dat Oude Muziek van de 11e, 12e, 13e eeuw was. Maar Bach is dus Oude Muziek, volgens het festival.) Dat koor zong het Sanctus trouwens wel verdraaid goed, en dat was volgens mij het moeilijkste deel van die mis.
(Heeft u dat ook? Dat je brandend verlangt naar een mooi gezicht onder de koorleden. Brandend. Meestal zijn er twee of drie koorleden, die je wel zou willen spréken! Mannelijke of vrouwelijke, dat maakt me niet uit. Met The Tallis Scholars zou ik wel met elk lid bevriend willen zijn, ook met die jongen wiens tanden niet helemaal op een rij staan – hij zingt zo prachtig de baritonpartij.)
BWV 911 is een stuk dat tamelijk langzaam begint, dan een stukje zeer langzaam doorgaat en dán explodeert. Roze, lichtroze en dan paars. Het duurt een minuut of tien, elf. Hiiragi Riu, een Japanse pianiste, denkt dat het wel in 9 minuten kan, en dat kan ook, je kunt een stuk van Bach ook in 3 minuten afraffelen, maar daar wordt het niet mooier van. Fan-Ya Lin kent u nog niet. Dat is een 22- of 23-jarige pianiste, ze is van Taiwanese oorsprong, maar woont nu in Amerika. Ze wordt een wereldster, let u maar op. Zelfs in deze akoestisch belachelijke opname krijg je bijna rillingen van poëzie van haar spel.
Of Sviatoslav Richter, een van mijn lievelingspianisten, BWV 911 heeft opgenomen, weet ik niet. Hij heeft wel een paar andere toccata’s van Bach opgenomen. Van deze opname van Vladimir Horowitz word ik niet opgewonden, weer zijn er tien minuten van me weggegleden zonder dat er iets geschiedde. Nee, geef mij dan maar deze opname uit 1961 van Samuel Feinberg.
Friedrich Gulda is een pianist die mij nooit heeft weten te bekoren, zo speelt hij op ongeveer 3:30 eerst een stukje normaal en dan hetzelfde stukje zachtjes, zoals een leermeester het voordoet aan zijn leerlingen. Dat moet niet, naar mijn smaak. Hij moet wel een goed leermeester zijn geweest, één van zijn leerlingen was Martha Argerich, aan wier spel je kunt horen dat deze toccata bedoeld was voor het clavecimbel. Ze is een van mijn favorieten.
We hebben tot nu toe verschillende mooie versies gehoord en ook een paar minder mooie. Er zijn er nog veel meer (bijvoorbeeld van Marcelle Meyer, Daniel Áñez, verschillende Japanners,  verschillende Russen), maar die kunt u zelf wel opzoeken. Hier is mijn lievelingsversie, van Glenn Gould. BWV 911 begint op 11:50. Daar gebeurt iets. Roze, lichtroze, paars.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen