donderdag 20 september 2012

Mosolov

Het kon wel eens zijn dat dit mijn laatste muziekstukje gaat worden. Ik had nog een tip gekregen over Entartete Musik, waarvoor dank, maar daar zitten geen componisten tussen die ik zou willen aanbevelen omdat ze al door duizenden anderen zijn aanbevolen. Ik kénde al die lui ook al, en dan verwacht ik dat u, lezer, ze ook wel zult kennen. Ik heb ook nog gedacht over Lyatoshinsky, wiens naam ik een week geleden ook nog nooit had gehoord en die best aardige muziek gemaakt heeft. Maar niets opzienbarends. Niets dat schrééuwt om aandacht, behalve misschien zijn Ballade, gespeeld door Boris Demenko. Nou ja, ik vind eigenlijk alleen de eerste helft van die ballade mooi, de tweede helft vind ik dat het ontspoort.
Maar ik heb gevonden: Alexander Mosolov (1900-1973). Een geweldige componist, dat wil zeggen van 1923-1929. Hij was natuurlijk lid van de Sovjet Componistenbond, want je wou in die jaren dat je werken ook werden uitgevoerd, dus was je daar lid van. Anders werd je opgepakt: dan was je geen componist maar een hooligan. Dan bedierf je het voor de arbeidersmassa en kreeg je een nekschot of artikel 58 aan je broek.
Mosolov heeft in de zes jaren die ik net noemde zoveel prachtige, innovatieve dingen geschreven – het is bijna onmogelijk om eruit te kiezen. Laat ik maar beginnen met zijn Strijkkwartet no.1 uit 1926 (het AndanteAdagioScherzo en de Finale), een stuk waarop ik onmiddellijk verliefd geworden ben. Het is wel één van de hoogtepunten van de 20ste-eeuwse kamermuziek.
Ach, wat een kutklimaat voor de kunsten was het in de Sovjet Unie! Mosolov vluchtte naar Turkmenistan en Kirgizië om daar tot zijn dood de volksmuziek te bestuderen. Later was er die andere grote componiste, Galina Oestvolskaja, die, om maar geen kans te lopen in de Goelag te belanden, haar muziek jarenlang ongespeeld moest laten.
Van Mosolovs muziek is wel gezegd dat het razende muziek was, geschikt voor de patiënten in een gekkengesticht. Op die manier schreven de recensenten er toen over. Ik verschil met die recensenten van mening. Wat te denken van bijvoorbeeld deze Pianosonate nr. 4 uit 1925, gespeeld door de geweldige pianist Hayk Melikyan, die overigens ook Oestvolskaja op zijn repertoire heeft staan. Of wat te denken van deze Drie miniatuurtjes uit 1927. Of neem zijn Zavod (IJzergieterij).
Men heeft natuurlijk gelijk dat zulke muziek de arbeidersmassa niet naar de zin zal zijn, want de arbeidersmassa wil Vader Abraham en Heintje en Johnny Hoes. Het feitelijk verbieden dat de muziek van Mosolov of Oestvolskaja klonk in de concertzalen heeft de treurigheid van het Sovjet-leven alleen maar verdiept.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen