zaterdag 10 maart 2012

338. Ik ken de cijfers uit die jaren niet

Ik heb twintig of dertig jaar geleden eens een artikeltje in de Volkskrant gelezen, dat zei dat de gemiddelde man twee of zes keer (de getallen weet ik niet meer) per minuut aan seks dacht. Het was zo’n absurd hoog getal dat ik onmiddellijk wist: dit is niet waar. Voor de zekerheid (want het kan zijn dat ik zeer afwijk van het gemiddelde) vroeg ik aan mijn mannelijke collega’s of het getal ongeveer klopte. Niemand zei: ja, het klopt. Iedereen was het met me eens dat het onderzoek waaruit die getallen naar voren waren gekomen niet deugde.
Ik weet ook niet meer van welke universiteit dat onderzoek kwam, of het een buitenlands of binnenlands onderzoek was, en of het een psychologisch of sociologisch onderzoek was. Ik elk geval was ik blij geen socioloog of psycholoog te zijn, want dan zou je je nog moeten verantwoorden voor zulke onzin.
Ik vraag me bij zulke onderzoeken altijd af: hoe hebben ze het gedaan? Zijn ze de straat op gegaan en hebben ze bijvoorbeeld 2000 mannen uitgenodigd om mee te komen naar hun faculteit? Hebben ze ze daar gevraagd hoeveel keer ze per minuut aan seks dachten? Wie hebben ze vervolgens gevraagd om hun turfwerk te controleren? En wat betekent ‘denken aan seks’ eigenlijk? Is dat alleen denken aan neuken, of is het ook bijvoorbeeld ‘ze heeft een aardig jurkje aan’? Want zelfs als je dat soort overwegingen meeneemt, denk ik per dag niet meer dan tien keer aan seks.
Wat moeten we met zulk soort berichten in de krant? De krant is toch nog steeds een keurige meneer die ons met nuchtere feiten om de oren slaat, en niet met twijfelachtige statistiekjes? Als je het in de Telegraaf had gelezen, had je gedacht: daar gaan we weer. Maar de Telegraaf is geen krant maar een ordinaire roddeltante.
Ik weet nog dat ik in 1965 eens per bus naar school ging, ik pakte meestal de fiets want het was maar een afstand van acht kilometer. Die bus was van de NACO (de Nederlandsche Auto Car Onderneming, 1924-1972, een echt Noordhollands bedrijf, dat kon toen nog) en in een van de ruiten van die bus zaten een gat en wat barsten. Er was een steen of iets dergelijks gegooid, nam ik aan. Niets bijzonders, kortom, want we wisten toen nog niets van hangjongeren of van het om zich heen grijpende internationale terrorisme. Sterker: we wisten toen nog nauwelijks wat een tsunami was.
Lees hier hoe precies hetzelfde feit  in de krant van vandaag terechtkomt. Het is gelukkig niet op de tv gekomen, al weet ik niet hoe Hart van Nederland ermee is omgegaan. Misschien gaan ze er in Opsporing verzocht nog een aitempje van maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen