woensdag 28 maart 2012

348. Ik was er als eerste bij

In de Voorstraat te Egmond aan Zee woont het koppel Anton en Chrysallis (‘Maar noem mij maar Jaja’) Harsman met hun inmiddels 4 jaar oude peuter Frederick. Anton is een mislukte romanschrijver, die zijn roman De beginneling aan alle uitgeverijen in Nederland heeft aangeboden, en die nu werkt bij De Dierenwinkel van Egmond. Anton heeft plannen voor de volgende generatie, zegt hij.
‘Ik ben opgevoed zoals de meeste Egmonders: je gaat naar school en daarna ga je aan het werk met je reet. Duidelijk? Dat is natuurlijk niet een opvoeding waar je schrijvers van krijgt. Ik heb het toch geprobeerd, maar het is me niet gelukt. Nu ga ik het met Frederick helemaal anders doen. U kent de Hongaarse heer Polgar? Hij was een matig begaafde schaker, maar hij kreeg drie meisjes en hij heeft van alledrie meisjes goede schakers gemaakt. Talent is niet iets aangeborens, zegt hij, talent krijg je door je opvoeding. Duidelijk? Frederick!’
‘Ik kom eraan, papa.’
‘Frederick, wat wil je later worden?’
‘Schrijver-zelfmoordenaar!’
‘Duidelijk? Dus ik noem zijn slaapkamer zijn schrijfhut, en zo noemt hij zijn slaapkamer nu ook, na wat pogingen met schuiffut. Daar staat, behalve zijn bed natuurlijk, een ruim schrijfbureau in. Een grote, welgevulde boekenwandkast, en op een bord schrijf ik elke dag de mooie citaten van ’s werelds beste schrijvers. Vandaag had ik: De Keizer was sigarenfabrikant. En: Een jongeman betrad eens de spreekkamer van een bekend psychiater en sprak hem als volgt aan: ‘Red mij, dokter!’ En deze: Hoe doorwrocht zijn de wonderen der natuur, mijn waarde broeder Bertrand!’
‘Frederick kan al lezen, maar nog niet, hoe noem je dat, begrijpend lezen. Dus ik moet hem alles nog voorlezen, maar dat zal gauw over zijn. Hij gaat de deur niet uit, of hij heeft een bloknote mee en een pen en hij schrijft alles op wat hij ziet. Hier bijvoorbeeld: Kerktoren, potlood. Aardige observatie, niet? En hier: Een meisje vroeg: wil je met me neuken? Toen legde ze het uit en ik zei: nee hoor, ik ga ook niet met je breien. Kostelijk, niet?’
‘We gaan binnenkort verhuizen naar Amsterdam, het brandende centrum van schrijvend Nederland. Dan kan Frederick ook eens kennis maken met bijvoorbeeld David Pefko en al die andere schrijvers. Ik verwacht dat zijn eerste roman op zijn achttiende jaar in de winkel zal liggen, dus we hebben nog veertien jaar te gaan. Jaja!’
‘Ja, Anton?’
‘Heb je het eten al klaar?’
‘Ja. Voor Frederick is er gebakken bokking met aardappeltjes, op krantenpapier.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen