woensdag 4 juli 2012

Dag van het geluk

De Verenigde Naties hebben, op instigatie van Bhutan, dat gelukkige landje in Azië, een Dag van het Geluk ingesteld op 20 maart. Het wordt tijd dat er ook in Bhutan eens een bloedige revolutie komt, hoor ik u met me meedenken. Nederland scoort ook hoog, had ik vernomen (we hebben ook nog geen revolutie gehad), maar waarom dat zo is? Ik begrijp het niet.
Ik kan me voorstellen dat je zegt: Rusland, China, Noord-Korea, hoe heten die landen in Afrika, Japan met die tsunami en zo, die scoren laag. Maar ‘geluk’ lijkt me toch vooral een persoonlijk iets, niet iets nationaals. Niet iets waarmee de Verenigde Naties zich zouden moeten bemoeien. Het doet me een beetje denken aan de toestand in Rusland, rond 1930, toen een ‘arbeider’ (die had je toen nog) door de staat gefeliciteerd werd omdat hij een bepaalde moer juist had aangedraaid. Plaatje in de Pravda: ‘Zie hier Yuri Kravtsjov, die een moer zeer goed aandraait, waardoor de hele machinerie perfect werkt!’
Geluk en ongeluk zijn dingen die vallen buiten de competenties van de staat. Natuurlijk zijn er de minimumcompensaties: bijstand, WW, AOW etc., zonder welke we een barbaarse natie zouden worden. Het is zeer goed dat we dat in Nederland hebben. We hebben geen extreme armoede, godzijdank. Maar het geluk wordt door iets heel anders bepaald, volgens mij.
Ik geef een voorbeeld. Toen ik zeven jaar was, in 1960, zat ik in de tweede klas van de Lagere School. Ik kon goed leren, maar ik kon niets lezen van wat de meester op het bord schreef. Twee jaar later werd dat pas ontdekt en toen kreeg ik een bril en werelden openden zich. Ik was op mijn zevende jaar zeer ontevreden met mijn achternaam (Hoogeboom). Met mijn voornaam Ben was niets mis. Met de eerste persoon enkelvoud van het belangrijke werkwoord ‘zijn’ kun je wel thuiskomen, vond ik. Mijn achternaam vond ik waardeloos, net als achternamen zoals Westerlaken, Voordewind of Naaktgeboren. Nu had ik in de Volkskrant, die ik dagelijks van voren naar achteren doornam, van een Belgische of Franse mevrouw Lagarde gelezen. Zo zou ik wel willen heten, met de g op z’n Frans uitgesproken!
Op school werd mij iets gevraagd: ‘Hoogeboom!’ Ik reageerde er niet op. De meester kwam dichtbij me staan, zodat ik hem goed zag, en herhaalde: ‘Hoogeboom! Ben je opeens doof geworden?’ ‘Nee, meester, maar ik wil mijn achternaam veranderen.’ ‘Hoe dan?’ ‘Lagarde, meester.’ ‘Hmm! Oké, Lagarde! Hoeveel is 7 keer 4 plus 92?’ Ik dacht een gelukzalige seconde na en gaf het antwoord: 120. ‘Uitstekend, Lagarde!’
Het was voor het eerst dat ik van geluk doortrild was. Toen ik in 2005 stukjes begon te schrijven op het internet, heb ik nog even overwogen het onder de naam Ben Lagarde te doen. Dat heb ik toen toch maar niet gedaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen