dinsdag 31 juli 2012

Wandeling

We (dat wil zeggen Jeanette en ik. Hoe twee mensen elkaar kunnen tegenkomen is soms wonderlijk. Hier is het te danken aan de dood van Erik Greveling, of tenminste indirect. We zijn, o ja, haakje sluiten) we zijn afgelopen zondag wezen wandelen door de duinen. Jeanette had een vrije dag en wou het huisje van Erik wel eens zien, dus dat zijn we gaan bekijken. Ik legde uit hoe hij had gewoond in dat hok, want meer was het eigenlijk niet, en ik zei, tegelijk met haar: ‘In zo’n kot zou ik niet willen wonen.’ Water, gas en elektra waren natuurlijk al afgesloten, en er waren al dieren binnen geweest, de begroeiing was ook al volop aanwezig buiten en binnen het huisje. In zijn tuin zaten nog duinaardappelen, preien en knoflookplanten in de grond, zag ik. ‘Die haal ik er morgen nog wel even uit, dan krijg jij er ook een portie van.’
We besloten naar Bergen aan Zee te wandelen, via De Kluft. Het is maar vijf kilometer, dus dat is geen afstand voor geoefende wandelaars zoals wij zijn. De Kluft bereik je op de makkelijkste manier door over het strand te wandelen, wat we dus deden. De Kluft is het hoogste duin van Nederland, sinds 1700, meen ik, dus een toeristisch attractiepunt van jewelste. Als je op De Kluft staat, kun je de Hoogovens in IJmuiden duidelijk zien, als het helder weer is, en die zijn toch 30 kilometer ver weg. Je ziet van daaraf ook duidelijk Alkmaar liggen, met zijn Grote Laurentiuskerk. Je ziet ook die paar windmolens in de zee staan, die staan er om de een of andere reden omdat ze ‘groene’ energie moeten leveren. Maar dat niet of nauwelijks doen. Wil je daar iets mee bereiken, dan moet je minstens het hele Markermeer volzetten met die dingen, en niet gaan zitten kneuteren met acht of twaalf windmolens. Weggegooid geld. Stoppen dus met die handel, of volzetten. Het één of het ander, maar daar is een politicus in Nederland nog nooit rijker of beter van geworden, dus kiest hij voor een pilotproject.
We liepen door de duinen verder naar Bergen aan Zee, want we wilden wel eens het Zeeaquarium zien. Daar waren we beiden nog nooit geweest (kustbewoners als we zijn: ons doet de zee of het strandleven ook niets. ‘Dat is meer iets voor de binnenlanders,’ zei Jeanette, met een beleefde glimlach). Dat Zeeaquarium is gevestigd in wel het lelijkste gebouw van Noord-Holland, het staat vlakbij het strand van Bergen aan Zee. De entree is bepaald op 9 euro per persoon, dus houdt u daar rekening mee. Wel ziet u daar een skelet van een in 1989 bij Ameland gevonden potvis, waarvan ik onmiddellijk zei: ‘Het bewijs dat God niet bestaat!’ Het aardige is namelijk dat hij vijf vingers had in zijn voorvinnen...
We hebben eigenlijk niet genoten van de aquaria, want we vonden allebei dat ze leken op die oude tijger- en leeuwenkooien, waarin die beesten maar heen en weer liepen. Depressief. Ik bedoel, een beetje paling of een beetje schol of baars of kabeljauw moet toch minstens tien vierkante meter hebben, en dat hebben die vissen daar niet. ‘Ik ben toch blij dat ik het gezien heb,’ zei Jeanette, ‘maar we gaan maar weer gauw naar huis terug.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen