zaterdag 21 juli 2012

Is Jeanette Jane?

Ik moest dus op zoek naar een vrouw die door Erik Greveling Jane werd genoemd. Ik moest maar aannemen dat het een alleenstaande dame was. Daarvan bevatte het telefoonboek er acht: twee Ineke’s, een Jeanette, een Toosje, een Antoinette, een Marja, een Marijke en een Clara. Wie van die acht zou het kunnen zijn. Ik dacht natuurlijk, Eriks liefde voor de Angelsaksische literatuur kennende, eerstens aan Jeanette. Jeanette – Jane, dat leek me vrij logisch. Jeanette Verschuren, Julianastraat 26, las ik in het telefoonboek.
Wat zou ik doen? Een briefje schrijven, een telefoontje plegen of ’s avonds naar haar huis gaan om het haar persoonlijk te vragen? Ik besloot dat het laatste het beste was.
Jeanette bleek een ongeveer 50-jarige vrouw te zijn, rossig kort haar, sproetjes in het gezicht. Ik kende haar, omdat ik haar wel eens in de supermarkt had gezien. Ze woonde, zei ze, al dertig jaar in Egmond aan Zee, ze had mij ook wel eens opgemerkt. ‘Ik heb een vreemd verhaal, dat nogal lang duurt om te vertellen,’ zei ik. ‘Dan zet ik koffie, we hebben alle tijd van de wereld.’ Vervolgens begon ik Eriks leven en dood te beschrijven, zijn schrijverschap, zijn manuscripten waarnaar ik op zoek was, dat boek van T.C. Boyle, die stapels poststukken in zijn slaapkamer, en het spelletje dat Erik nu met me speelde.
‘Mijn vraag is dus,’ besloot ik, ‘of Erik u wel eens Jane heeft genoemd. Of u dus die manuscripten in huis hebt.’ Jeanette had aandachtig geluisterd naar mijn verhaal en zei: ‘Ik kende die postbode wel, geloof ik, al zou ik nu niet meer weten hoe hij eruit zag. Hij heeft mij nooit Jane genoemd en die manuscripten heb ik niet. Je hebt dus misgegokt. Jammer, hè? Maar het is een prachtig verhaal. Ik pak er een fles port bij, dan nemen we een portje. En ik pak het telefoonboek erbij, dan nemen we gewoon heel Egmond aan Zee door, om te kijken of er bijvoorbeeld een Sjaan of een ander soort naam die op Jane lijkt, in staat.’
Zo gezegd, zo gedaan. We kwamen niet veel verder met de vrouwennamen, er bestond in Egmond aan Zee geen Sjaan en er bestonden wel twee andere Jeanette’s, volgens Jeanette, maar dat waren veel te jonge meisjes. Nog maar een portje dan. ‘Het is jammer dat je die poststukken hebt weggegooid. Waarom heb je dat eigenlijk gedaan?’ ‘Ik zag dat het allemaal oude poststukken en enveloppen waren, uit de jaren zeventig tachtig. En ik wou zijn naam niet besmeuren.’ ‘Dat heb je dus goed gedaan. Zal ik wat crackertjes met vis maken?’ ‘Dat is een goed idee. Alleen krabbenvlees lust ik niet, verder mag ik alles van de dokter eten.’ Waarop ik haar ook vertelde over Arend Stavenuiter.
Het werd die avond, en ook de nacht die erop volgde, nog zeer gezellig aan de Julianastraat 26, en toen ik de volgende morgen naar huis ging, had ze me nog gezegd dat ze mee wilde blijven zoeken.

Foto: uit ‘Beauty, Make-up and Fashion’ van Philia & Rachel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen