woensdag 15 augustus 2012

De kids

‘Geen van de kids bleef in Hoenkoop,’ schreef iemand een paar dagen geleden op dit blog. Ik weet niet waar Hoenkoop ligt of gelegen heeft, maar ik schat dat het in Zuid-Holland ligt, ik ben ook te lui om het op te zoeken. Maar het gaat mij om de kids. Dat is nu eens een term die u nooit zult tegenkomen in mijn stukjes, en ik weet eigenlijk niet goed waarom dat is.
‘Kids’ is even duidelijk als ‘kinderen’, maar korter dus sms-baarder. Ik heb in mijn leven nog nooit een sms-bericht verstuurd, maar ik weet dat sommigen korte woordjes prefereren boven langere. Eigenlijk ben ik daar zelf ook een voorbeeld van: ik hoop steeds zo duidelijk mogelijk en eenvoudig mogelijk te schrijven, zodat een kind van 14 ook kan begrijpen wat er staat. Toch krijg ik ‘kids’ niet uit mijn pen.
Het zou ermee te maken kunnen hebben dat ik geen satire bedrijf in mijn schrijfsels. Ik zal in een verhaaltje over een slager niet gauw de naam Ossepoot voor die slager bedenken, voor een verhaal over een atleet niet de naam Snel. Dat laat ik over aan de Nederlandse cabaretiers, maar ik heb u, lezer, voor zulke goedkope grappenmakerij te hoog zitten. En met ‘kids’ probeer je toch de lachers enigszins op je hand te krijgen.
Een paar dagen geleden was er een wolkbreuk boven Egmond aan Zee, net op het moment dat ik in de C1000 was. Het regende zeer hard, met donder en bliksem erbij, dus we wachtten kalm af in de hal van de supermarkt. Het was rond kwart over één, we stonden daar met een man of twintig, onder wie een man van ongeveer 35 jaar met keurig hoofdhaar en een zeer scherp gesneden ringbaardje. Kleding: casual, maar zeer netjes. Aan zijn voeten: zwarte sandalen. Ik probeerde hem te determineren: vast geen schaker, ook geen groot lezer. Zijn beroep? Iets in de financiën, de administratie of de hogere ambtenarij. Niet iets academisch, en ook geen huisarts of chirurg. Ik besloot tenslotte tot het beroep van manager van een verzorgingstehuis.
We begonnen allemaal gesprekjes te voeren met elkaar, want de wolkbreuk duurde maar door – ik hoop dat het rioleringsstelsel van Egmond aan Zee het aan heeft gekund. Ik sprak met een ‘vrouw uit het volk’, die ik nooit eerder had gezien, over de voordelen van zomerse regen: de boeren varen er wel bij, zei ik. Deze stelling werd vlot beaamd met ‘Zo kàjje d’r ook tegenaan kijken’. Ik wilde verdergaan met de verfrissende werking die er uitging van een flinke bui op de natuur, maar dat hield ik in omdat de manager tegen een andere vrouw iets stond uit te leggen over de scheiding van zijn vrouw. Zij vroeg hoe zijn voormalige vrouw eronder gebukt ging. Hij: ‘Ze houdt zich goed, hoor.’ Zij: ‘En de kinderen?’ Hij: ‘De kids zullen het wel overleven.’
Ik besloot zijn portret tot een einde te brengen. Hij zou wel GroenLinks stemmen, maar hij zou eigenlijk VVD-er willen zijn, want dan kun je eindeloos zeggen dat je ergens de stekker uit wilt trekken. En toen was de wolkbreuk voorbij.

Foto: Pylgeralmanak.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen