zaterdag 11 augustus 2012

Hippies

De twee leukste atleten vond ik op deze Olympische Spelen: Tomasz Majewski, de Poolse winnaar van wederom het goud op het onderdeel kogelstoten, en de Rus Ivan Oechov, die het goud won bij het hoogspringen. Het zijn niet zulke gladgeschoren atleten, ze hebben integendeel een kop vol met haar en dat mag ik graag zien. Vooral de Russische chef de mission zal wel tegen Ivan gezegd hebben: ‘Doe eerst eens wat aan je haar, hippie! Je krijgt veel te veel luchtweerstand, als je springt!’ Maar Ivan deed niets aan zijn haar. Hij kan uit stand bijna nog hoger springen dan zijn tegenstanders na een aanloop. Hij is ook tien centimeter korter dan zijn tegenstanders, die allemaal zulke lange bonestaken zijn, want dat moet tegenwoordig: als je niet minstens één meter negentig bent en hoogstens 43 kilo weegt, dan kun je het wel vergeten als hoogspringer. Ivan heeft eenvoudig zijn beenspieren wat meer getraind, hij heeft een zéér gezond stel benen!, en bekommert zich niet zozeer om de techniek van de fosbury flop, want die oefent hij tamelijk nonchalant uit. ‘Springen doe je met je benen,’ moet hij denken, ‘je armen, je rug en je kont moeten gewoon zo’n beetje over de lat heen.’ (Die Edwin Pistorius heeft nu wel de 400 meter gekozen, hij had met die verende blades natuurlijk voor het hoogspringen moeten kiezen.)
Op het ereschavot stond Ivan Oechov tussen de zilveren medaillewinnaar en drie bronzen medaillewinnaars in: een Engelsman, een Canadees en iemand uit, meen ik, het Midden of Verre Oosten, dat ben ik vergeten. Ik vond dat vreemd: zo is het toch geen eer om derde te zijn geworden! Er was toch alle tijd en ruimte voor om de drie springers te laten afspringen over de hoogte die ze net niet gehaald hadden in de normale wedstrijd? Wie het het beste doet, krijgt het brons. Maar Ivan maakte het allemaal niet uit: die stond zo’n beetje te lachen op het podium. Hij lijkt mij een zeer aangenaam mens, met wie het goed toeven moet zijn. Als hij leest, zal hij waarschijnlijk een liefhebber van Toergenjev, Tsjechov en Nabokov zijn.
Een heel ander mens is Tomasz Majewski. Zijn haar is ongeveer een halve meter lang, tijdens de wedstrijden kogelstoten draagt hij het in een knotje achter op zijn hoofd en hij doet er dan ook nog een jaren zestig-hoofdband omheen. Op de foto hierboven ziet u hem tijdens het E.K. in Turijn van 2009 met dezelfde hoofdband als die hij op deze Olympische spelen droeg. Een smoezelig ding, niet? Maar alles is beter dan rond te lopen met een haarband met het logo van Nutricia of Coca Cola of weet ik welk ander merk.
Tijdens het spelen van het Poolse volkslied (‘Nog is Polen niet verloren’) zag ik hem een beetje grijnslachen. Hij zal ook wel niet bedacht zijn geweest op zo een slechte uitvoering. De volksliederen worden tijdens deze Olympische Spelen uitermate langzaam gespeeld, en ook nog met eigen arrangementen. Het Russische volkslied klonk ook al zo vreemd.
Majewski heeft in 2008 in Peking het goud gewonnen,  nu deed hij dat weer. In die tussenliggende jaren heeft hij nergens gewonnen, hij werd overal tweede, vierde, zevende. Nu won hij weer goud, na vier jaar. Toen hij net had gewonnen, schreeuwde hij: ‘Jahaha!’ op de toon van iemand die wil zeggen: ik heb jullie weer te pakken, broeders! Een aardig mens, ook.

Foto: Wikipedia.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen