zondag 16 augustus 2009

14. Het dier kan vliegen

Ik heb mijn plaats in de vaderlandse atletiek wel verdiend, zij het dat ik vooral uitblonk in een onderdeel dat tegenwoordig bijna niet meer beoefend wordt: de somersault long jump, het koprolverspringen. Het koprolhoogspringen heb ik ook gedaan, maar daarin kwam ik niet bij de nationale top. Dat nummer is ook geschrapt toen de Fosbury flop aan populariteit won.
Zo gaat het vaak in de atletiek, de moeder der sporten. Meneer Fosbury vindt een idiote manier van springen uit, en de edele koprol is daarvan de dupe. Niets blijft.
Hoe gaat het koprolverspringen in zijn werk? Uiteraard is de koprolverspringer tot op het bot afgetraind, want er komt veel bij kijken. Van de maestro in deze tak van sport, de Rus Yuri Moechov, is bekend dat hij zich koprollend voortbeweegt.
De verspringbak, gevuld met zuiver rivierzand, is 10 meter lang en 2 meter breed. Links en rechts van de bak staan in totaal vier officials die je sprong zullen meten en die je sprong zullen jureren.
Op de plaats van de lat staat een 2 meter hoge stellage, die de threshold (drempel) wordt genoemd. De koprolverspringer klimt op die drempel en maakt zich klaar voor zijn afsprong. Vervolgens springt hij voorover, maakt een koprol in de lucht en landt hij op beide voeten.
Ik heb een Nederlands record van 4 meter 21 gesprongen, maar de wereldtop springt tegenwoordig met gemak 5½ meter.
Het koprolverspringen was vroeger een spectaculair onderdeel van de atletiekmiddag. Ik zou zeggen, Mart Smeets, laat het weer eens zien op de tv!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen