dinsdag 27 december 2011

289. Je hebt al een titel

Vannacht plaatste ik op Facebook een paar zinnen over Beethoven, die, net als Mozart, vaak muziek maakte die ik niet kan uitstaan. Mozart heeft overigens ook zeer mooie muziek gemaakt, bijvoorbeeld zijn Requiem. En Beethoven heeft prachtige pianomuziek gemaakt. Maar goed, smaken verschillen. Het kan zijn dat u zijn 4de of zijn 5de of misschien zelfs zijn 9de symfonie schitterende werken vindt: even goede vrienden. Ik vind er niets aan.
Als ik een dochter zou hebben, zou ik haar Galina hebben genoemd, naar Galina Oestvolskaja, ‘de vrouw met de hamer’. Dat is al een jaar of zes (sinds ik voor de eerste keer iets van haar heb horen spelen door het Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw) mijn favoriete componiste. Je kunt zeggen dat haar toonclusters zo geweldig zijn neergezet, maar dat is taal die ik niet begrijp. Wat ik zo mooi aan haar muziek vind, is haar kwaadheid. Ze is de eerste vrouw in de muziekgeschiedenis die erop durfde te meppen.
Dat stukje over Beethoven ging eigenlijk helemaal niet over Beethoven, maar over een bepaald soort liefhebbers van Beethoven. Zo stoorde ik me gisteren aan het gedrag van een Facebooker die normaal gesproken als volgt te werk gaat: hij gaat naar YouTube, pakt daar een bekende hit van bijvoorbeeld de Dire Straits, en zet die op Facebook. Zo neemt hij per dag tien of twintig hits. Ik zou het persoonlijk aangenamer vinden wanneer hij ónbekende werkjes opspoorde en díe op Facebook zette, maar goed. Dat is mijn smaak, en ik ga hem daar ook niet op aanvallen. Wie weet doet hij er veel mensen een plezier mee.
Wat hij gisteravond deed, kan ik niet goed begrijpen. Na reeksen blueszangers en rockartiesten en punkgitaristen komt hij opeens aanzetten met de 4de van Beethoven. Hij zegt erbij: deze vind ik mooier dan de populaire 5de. Ja ja, dacht ik, dat zal wel. Gitarist die cultureel wil lijken.
Enfin. Op dat stukje reageert L.N. vannacht en daarna chatten we nog wat. L.N. gebruikt een eigenaardig soort ironie op Facebook (‘Darmkanker. Kut!’), waar ik ontzettend om kan lachen. De reacties daarop zijn ook vaak ironisch van toon, en eigenlijk moet dat niet. Laat de ironie over aan de meesters, en blijf zelf zo naïef mogelijk, is wat ik zeg. Ik heb in dat gesprekje met hem ook geen ironie of overdrijving getoond. Het was gewoon een aangenaam gesprek tussen twee heren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen