zaterdag 16 juni 2012

Dirkswoud (5)

Kauwen (corvus monedula spermologus) zijn de kleinste kraaiachtigen. Je kunt ze herkennen aan hun grijze nek, hun groengele oogjes en hun zwarte snavels. Waarom heten ze kauwen? Omdat ze vaak ‘Kauw kauw’ roepen. De Engelsen hadden niet meer het woord cow voor ze, dus hebben ze hem jackdaw genoemd, hoewel deze vogels ook in Engeland ‘Cow cow’ roepen. Dat is een voorbeeld van de logica die er in de Nederlandse taal zit, en die het zo oergemakkelijk maakt voor een kind om het te leren.
Kauwen trouwen makkelijk, en als ze eenmaal getrouwd zijn, scheiden ze niet meer van elkaar. Je ziet de paartjes elkaar steeds opzoeken, in de zomer, als ze op het dak van de St. Clarakerk te Dirkswoud bijeenkomen. Wat doen ze daar? Ze teuten wat met elkaar, ze nemen de dag nog eens door (‘Ik ben bij de cafetaria geweest. Goed voedsel.’ ‘Maar ik ben bij De Smulpaap langsgeweest. Ook niet misselijk, hoor!’) En als ze zo een half uurtje in de weer zijn geweest op het kerkdak, steken ze zwermsgewijs over naar een paar bomen aan de rand van het dorp, waar ze een dutje gaan doen.
Je mag tegenwoordig niet meer een tamme kauw houden, volgens de wet, want dat is inderdaad vreselijk. Gruwelijke misdaad. Daar moet de politie scherp op blijven letten. Maar vroeger had ik een buurvrouw, de oude mevrouw Dekker, die elke ochtend buiten haar deur kwam en in haar hand wat stukjes brood of koek had, en daar kwamen de kauwtjes op af. Ze pikten het gewoon uit haar hand, jaren lang.
Kauwen zijn ook echte overlevers, echte opportunisten. Ze zijn niet bang, ze zoeken gewoon een terras op waar u of iemand anders zit, en ze hopen dat u een patatje of een stukje vis of kipfilet overlaat. Het scheelt een hoop opruimwerk voor de Dienst Plantsoenen, zal ik maar zeggen. Kauwen vreten alles. Helaas ook uitgespuugde stukjes kauwgom, waardoor de beestjes snel sterven, want dat krijgen ze niet weg.
In 1920 verscheen het boekje Gezinsvorming bij de kauw, geschreven door de Dirkswoudse Theodora Groen, waarin heel zedig en secuur een en ander werd opgenoemd. Zo zedig dat je je afvraagt of mevrouw Groen niet met een te katholiek oog naar de vogels heeft gekeken. Wel, dat heeft ze niet, blijkt nu uit haar nagelaten aantekeningen. Ze had wel degelijk gezien dat kauwen overspel vertonen, homofiele, necrofiele, zelfs pedofiele neigingen hebben, maar dat had ze in dat boekje niet willen zeggen. Ze wou het netjes houden. Net als met de pinguins van dr. Levick. Die was ook zo geschokt door het seksleven van die beesten, dat hij hun gedragingen niet in het Engels maar in het Grieks beschreef. Die aantekeningen liet hij ook opbergen en niet publiceren. Zo ziet u maar weer: aan netheid, braafheid en gelovigheid hebben we niets in de wetenschap.

Foto: Alice Stegeman.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen