vrijdag 22 juni 2012

Het leven van de worstelaar

Als u nog een sterke, grote zoon hebt van 15 of 16 jaar, met wie het maar niet wil lukken, stuurt u hem dan eens naar een Japanse sumostal, een heya. In elke stad in Japan is wel zo’n heya. Als u geluk hebt, wordt hij ergens opgenomen, leert hij de chankonabe te koken (dat is gesmoord vlees, visballen, groenten, rijst etc.) voor de hele stal van sumo-worstelaars, allerlei andere kutklusjes te doen en hij leert ook dat worstelen. Hij leert er ook nog eens een taal bij (Japans), want iets anders wordt daar niet gesproken. Klagen en zeiken leert hij daar wel af, hij zal moeten doen wat hem gevraagd wordt en anders zwaait er wat. Onlangs nog werd een 17-jarige leerling-rikishi (sumo-worstelaar) letterlijk doodgeslagen door zijn maten in de heya. Dat zijn de manieren daar, ze zijn hardvochtig en je kunt je maar beter gedeinsd houden.
Je krijgt van je shisho (het hoofd van de stal) een mawashi (zo’n band die je om je heupen doet) en ook de verdere kleding, die in het 1000 jaar oude sumo niet is veranderd. Na het eerste jaar ben je wel sufgebeukt en sufgezanikt, je weet niet meer beter, je hebt al wat worstellessen achter de rug en dan mag je voor het eerst een zevental wedstrijden vechten in de jonokuchi-klasse, de beginnersklasse. Je hebt dan al een naam (een shikona) gekregen van je shisho en die naam blijft voor de rest van je leven. Je heet dus niet meer Jan Pietersen of Pieter Paulusma, maar bijvoorbeeld Westelijke Grote Os. Maar dan in het Japans.
Je kent dan wel twaalf of vijftien van de belangrijkste kimarite (toegestane technieken in het sumo), maar je zult in de loop van de jaren alle kimarite moeten leren. Dat zijn er meer dan tachtig. Je moet ze kunnen uitvoeren en je moet je ertegen kunnen verdedigen. Verder moet je vooral ijzersterk en zeer zwaar worden. Daar kun je op trainen en daarvoor eet je die chankonabe. Als je een beetje talent hebt en ook veel geluk (niet te vaak geblesseerd raken!) kun je het schoppen tot ozeki (kampioen) of zelfs yokozuna (kampioen der kampioenen). Een yokozuna verdient veel geld: meer dan 300.000 euro per jaar, omgerekend.
Hoe ziet het leven van de sumoworstelaar er uit? Je worstelt per jaar zes toernooien (basho’s) van elk 15 dagen. Je vecht één keer per dag. Jaarlijks dus: 90 gevechten. Daarnaast moet je blijven trainen natuurlijk (en blijven eten), je hebt je sociale verplichtingen als rikishi. Je zult merken dat het veel stress geeft: je moet steeds goede resultaten boeken in die toernooien, anders word je gedeklasseerd en krijg je ook minder salaris. Als je geblesseerd bent geraakt, kun je bijvoorbeeld een toernooi niet vechten. Dat maakt die Japanners niets uit: je hebt een slecht resultaat behaald, dus word je een klasse lager ingedeeld.
Vroeger worstelden de Japanse jongetjes sumo in het park, maar dat is tien twintig jaar geleden veranderd. De Japanse moeders vinden sumo nu te gevaarlijk. Er is natuurlijk het gevaar van blessures, maar ook het gevaar van diabetes, hoge bloeddruk, hartproblemen. Sumoworstelaars worden doorgaans niet ouder dan 60 of 65 jaar, en dat komt door hun dikte. Vandaar dat je nu Mongolen, Esten, Russen, Bulgaren etc. in het Japanse sumo tegenkomt. Een Nederlandse rikishi zou ook zeker welkom zijn.

Foto: Wikipedia.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen