vrijdag 1 juni 2012

Het tikken van de klok

Wat is een vector? Ik zoek het op, maar veel wijzer word ik niet van dit soort taal, want er staat geen voorbeeld bij. Ik ben ook geen meetkundige, moet ik u bekennen. Meet- en wiskundigen zeggen altijd: wij denken in formules. Ik kan dat niet en ik weet vrij zeker dat u dat ook niet kunt, al weet u waarschijnlijk wel wat een vector is. Ik ben nu 58 jaar, in september word ik 59. Dat is oud, zeg zelf. Ik kijk alleen ’s ochtends nog in de spiegel om te controleren of er geen streepjes van mijn ballpoint op mijn gezicht zijn overgebleven. Hoeveel rimpels en uitzakkingen er te zien zijn, interesseert me niet. (Ik moet altijd ontzettend lachen om die foto’s van 60- en 70-jarige Amerikaansen die eruit zien als de uitgetrokken krokodillenversie van zichzelf. U vindt ze in Florida, op het strand, en ze acteren gewoon dat ze 40 zijn. Beentjes nog kwiek trappelend, strakke glimlach op het gelaat en hulde, wat een stevige borsten!)
Ik zal sterven zonder te weten wat een vector is of doet, ik zal vectorloos de kist in gaan. Het is niet anders. Twintig jaar geleden zou ik me er niet mee verzoend hebben, ik zou naar een bibliotheek zijn gegaan en ik zou het hebben uitgezocht. Dat doe ik nu niet meer.
Als je dood gaat, gaat tegelijk met je lichaam ook je kennis het graf in. ‘Noemt u eens een voorbeeld van uw kennis,’ zult u uitroepen. Oké, ik geef twee voorbeelden, één uit de private sfeer en één publiek voorbeeld.
Eerst het private voorbeeld: het is voor een man onnodig zich meer dan één keer per maand bezig te houden met zijn baardgroei. Je knipt je baard zo’n beetje bij en je bent weer klaar, je hebt weer een fatsoenlijke kop. Ik ben blij dat deze kennis van een man die al 40 jaar lang een baard draagt nu openbaar geworden is.
Mijn andere voorbeeld betreft het gebrek aan humor bij Amerikanen. Ze spreken nagenoeg dezelfde taal als de Engelsen, maar die hebben wél humor. De Amerikanen niet, wordt algemeen aangenomen. Ik ben het met deze stelling niet helemaal eens. De Amerikanen hebben Mark Twain en Joseph Heller gehad, ze hebben nu nog Garrison Keillor. Wel is het waar dat ongeveer de helft van de Amerikanen uit onbeschaafden bestaat: de mensen die nog geloven dat God de wereld, betrekkelijk kort geleden, heeft gemaakt etc. Die helft van de Amerikanen heeft geen humor, dat klopt, want ze geloven dat ze alles zelf het beste weten en dat gaat nu eenmaal niet samen met humor. Maar de andere helft heeft wel humor, zij het een andere soort humor dan wij hebben. Zij beoefenen een plaatselijke variant.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen