woensdag 30 mei 2012

Hij had niks gewonnen

In Egmond aan Zee is één winkelstraat, de Voorstraat, waar je alles kunt kopen wat je maar wilt. Behalve computers, tv’s en ander witgoed. Ik heb er gisteren bijvoorbeeld een spijkerbroek, een paar boeken, wat ondergoed, een scholletje en een hapjespan gekocht. Van mijn vorige hapjespan was het glazen deksel stukgegaan (is het nu de deksel of het deksel?) en dat gebeurde door het volgende, tamelijk spectaculaire ongeval.
Ik moet het in mijn leven hebben van de routine. Laat ik die routines varen, dan gebeuren er verschrikkelijke, levensbedreigende dingen. Dan word ik een proleet of een alcoholist of dan spelen mijn ziektes allemaal op. Om vijf uur ’s middags begin ik met ‘het kookproces’, zoals ik dat in gedachten altijd noem, glimlachend, grijnzend.
(U zult wel denken: wat bazelt die kerel toch? Wat leren we hier nu van? Komt er nog een algemene opmerking over Arabië of over het begrotingstekort? Daarmee dringt u mij in de verdediging, want zulke opmerkingen heb ik nauwelijks ooit. Maar u moet maar denken: goed verdedigen is óók een kunst.)
Eergisteren, tijdens het kookproces. Ik had in mijn oude hapjespan wat stukjes kip, prei, rode paprika en wat kruiderij gedaan en dat stond gaar te worden. In een andere pan stond een portie sperziebonen te koken. Die zou ik er later bij doen, samen met wat stukjes ananas en ook wat macaroni. ‘Een voedzame maaltijd!’ zei ik in gedachten. Ik stond aan het aanrecht te bedenken wat voor saus ik er nu bij moest maken om het maaltje nog lekkerder te maken. Toen werd er aangebeld. Ik deed de deur open en daar staat Selim, mijn aardige Turkse buurman. (Als Turken met elkaar praten, versta je niets, maar je denkt dat ze over zeer belangrijke zaken ruzie staan te maken. Zelfs Selim, die toch een zachte natuur heeft, praat zo met zijn Turkse vrienden.) Hij is een jongen van 35, hij komt naar binnen en zegt: ‘Die Staatsloterij van jullie, dat is ook niks. Weer niets gewonnen. Wat ben je aan het koken?’ Ik haal het deksel van mijn hapjespan en zeg: ‘Een Hollandse lekkernij.’ Hij ruikt aan de maaltijd, en terwijl hij zegt: ‘Dat lijkt me lekker!’ laat ik het deksel uit mijn hand vallen. Het breekt in twee stukken op de vloer.
Enfin, het draaide erop uit dat hij een flesje Turkse knoflooksaus van huis ging halen (naam en merk ben ik helaas vergeten) en kwam meeëten. Ik heb het in mijn leven altijd getroffen met mijn buren, nooit irritante herrieschoppers, en daar wou ik het bij laten. De volgende keer komt er interessante stof, want ik zie zelf ook wel in dat het zo niet moet in Sargasso.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen