vrijdag 25 mei 2012

Twee baarden | Zeer gehecht

Als u tegen de zestig loopt en u hield niet van de muziek van The Cats of van Sam en Dave, dan is er een grote kans dat u Manic depression van Jimi Hendrix zo meeneuriet. Ook de jongeren zullen het lied misschien herkennen, want de Red Hot Chili Peppers en Yngwie Malmsteen en nog wel tien anderen hebben het nummer ook eens gecovered. Het is dan ook een prachtig nummer uit 1967, geschreven in die toentertijd vreemd aandoende driekwartsmaat.
Tekstueel is het minder goed: het is tamelijk slordig geschreven. Wat moet je als luisteraar nu met een mededeling als Manic depression is touching my soul of Manic depression is a frustating mess? Maar de meeste songteksten zijn nu eenmaal ‘ongericht geoudehoer’, zoals ik het eens heb genoemd. Je zou gemakkelijk een andere tekst bij dit nummer kunnen verzinnen, Spanish recession bijvoorbeeld. Je hoeft maar een paar woorden te veranderen in de oorspronkelijke tekst. Als ik mijn huis had schoongemaakt, zong ik op Jimi’s melodie: In mijnen huize is alles weer fris! Padompadom pompadompadom!
Wat later, in de jaren zeventig, ontdekte ik Bach. Dat kwam door Glenn Gould, die ook geen kwaad kan doen bij mij thuis. Fantastische pianist. Ik las in een Amerikaans blad eens dat Gould boring zou spelen, en ik heb toen een avond en een nacht besteed aan een stuk waarin ik dat weersprak. De volgende ochtend gooide ik mijn stuk in de prullenmand, want toen was mijn nijd wel over. Op Facebook zei iemand exact hetzelfde, Gould is boring, dat is ongeveer een maand geleden. Toen heb ik kalm en nuchter commentaar geleverd in de trant van: welke van de ongeveer 100 elpees vind je dan niet goed? Het hele Bachwerk, volgens hem, want (ik ben te lui om het even op te zoeken, dus ik parafraseer nu) Gould sprak de taal niet van de barok. Ik heb me beheerst en schreef terug: ‘En u natuurlijk wel.’ Daarop kwam geen antwoord meer. Ik heb hem niet ontvriend, want andere keren zegt hij soms tamelijk verstandige dingen en ontvrienden moet je eigenlijk alleen doen met de misdadigers in je kringen.
Weer wat later kwamen Tallis, Byrd, Ockeghem, Dufay etc. De huiskamerkwartetjes van Schubert. Het pianowerk van Mozart en Beethoven. Weer wat later werd ik verliefd op de muziek van Galina Oestvolskaja. Maar dat kun je niet dag in dag uit horen, ik zing nog steeds af en toe: Ik ga nu slapen, tabeh en goenacht! Padompadom pompadompadom!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen