zondag 20 mei 2012

368. Alles was in orde

Een beetje pijn kunnen we wel verdragen, vrouwen kunnen zelfs veel pijn verdragen bij de geboorte van hun kind. Atleten kunnen het ook: sport. dat is pas goed voor je! Ik heb het eens gecontroleerd bij de drie atleten die er momenteel zijn in Dirkswoud: Hans Waanstra, Ineke ten Goede en Carolijn Finsters. De beide dames zijn actief als hockeysters, ze spelen in het provinciale hoofdteam van Noord-Holland, waar we ze vanzelfsprekend mee feliciteren. Hans Waanstra is speerwerper en ik sprak hem tijdens de training.
‘Ik ben helaas behept met enige smetvrees, dus ik moet een schone speer tot mijn beschikking hebben, ik heb altijd wat schoonmaakazijn en allesreiniger en doekjes bij me. Want je weet het nooit, hè? Als er iemand anders al met zijn vingers aan die speer heeft gezeten, dan springen zijn bacteriën zo over op jou. En je leeft op de grens van gezond en ziek zijn, dag in dag uit, want je gaat steeds tot het uiterste. Je schoudergewricht moet je vooral ontzien, en wat daar vlakbij allemaal zit: je longen, je hart, je halsspieren. Trouwens: alles moet je ontzien, want je lever en je nieren zitten er ook vlakbij. Je darmen. Je heupen. Je hurken. Alles. Je moet als atleet ook een uitgekookt dieet tot je nemen. Vraag maar eens aan de heren wielrenners, wat ze zo internationaal eten! Daar schrik je van, godsallemachtig. Voor een speerwerper gaat het om het allerlaatste moment, het moment dat je de speer een push geeft. Een extra versnelling die vanuit je schoudergewricht moet komen. Daar moet je je dieet op afstemmen, dat spreekt vanzelf. Dus pasta’s met snelle suikers. Maar je vroeg naar de pijn. Voor een griepje gaan we niet weglopen, als speerwerper. Een bronchitis of een astma-aanval: ook niet. Ik heb het meegemaakt dat een collega-speerwerper zijn werparm had gebroken, die zat in het gips, maar hij gooide gewoon zijn speer. Hij gooide niet ver, maar toch. En zo zijn de Waanstraatjes ook: doorgaan tot het gaatje. Mijn vader heeft me het speerwerpen bijgebracht op de ouderwetse wijze. Hij ging staan, ergens 50 meter van je vandaan en dan wees hij op een plek vlak voor hem. Daar moest je speer terechtkomen. En als hij daar niet terechtkwam, en natuurlijk lukte het nooit, dan zwaaide er wat! Dan brak hij een vinger of een duim. Van je werphand. Dan moest je opnieuw gooien. Het ging weer mis, en een volgende vinger ging eraan. Maar daar word je hard van. Nee, ik ben blij dat ik die opvoeding heb gekregen. Pijnlijk, maar nuttig. Ook voor mijn carrière na het speerwerpen, want ik weet dat ik de klappen van het normale leven kan opvangen. Je moet gewoon terugbuigen, zeg ik altijd, en blijven zitten.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen