donderdag 17 september 2009

46. Laten wij de dag van gisteren even kort bespreken

Het was de dag waarop de fractieleiders mochten zeggen hoe slecht de regering het deed, of hoe goed. Ze mochten ook een panorama laten zien van het Nederland dat ze voor ogen stond. Dus dat was kennis, slim, schoon, duurzaam, noem het maar op.
Er was maar één fractieleider waar ik het mee eens was: de fractieleider van de PvH (Partij van Hoogeboom) sneed tenminste enige punten aan die hout sneden. Hieronder volgt zijn speech:
‘Mevrouw de voorzitter! Meneer Balkenende, meneer Bos en meneer Rouvoet. Heren en dames in de Kamer. Luistert. U gelooft dat we in een crisis leven, omdat dat u is verteld. Volgens mij zitten we niet in een crisis. U gelooft dat we volgend jaar 600.000 werklozen zullen hebben, terwijl drie maanden geleden nog heel andere getallen rondzweefden, en er over drie maanden weer heel andere cijfers zullen komen.
Nee, meneer Wilders, over die immigratie spreek ik later nog wel. Jawel, over die massa-immigratie ook nog, als u wilt. En over die hoofddoekjes vind ik dit, meneer Wilders. Hoe iemand er uit wil zien, moet hij of zij zelf beslissen. Klaar.
Er moet een staatsbank komen, stel ik voor. Een bank dus, waar je tegen redelijke tarieven leningen kunt krijgen. Het particuliere initiatief heeft gefaald, in dit opzicht. Een staatsbank dus.
Nee, meneer Rutte, dat is geen rood initiatief, dat is een praktisch intiatief. Een bank waarvan uw leden leningen kunnen krijgen.
Mevrouw de voorzitter! Waar iedereen tegenaan loopt, is de hypotheekaftrek. Daar hebben wij een middenpositie in die als volgt luidt. De uitwassen gaan we eruit vissen, zeg de huizen van
€ 750.000 en meer. Die mensen krijgen geen hypotheekaftrek meer. Dat zijn ook de mensen die het wel kunnen dragen, meneer Van Geel, echt waar.
Echt waar, meneer Van Geel, u komt nu naar voren met een rood gezicht, alsof u het een afschuwelijk idee vindt. Maar het is toch een redelijk idee? Juist.
Een volgend idee van mij betreft onze defensie. Die kan opgedoekt worden, in zijn geheel. Wij worden, in mijn ideale scenario, het eerste land ter wereld (hoewel ik niet zeker ben over een Middenamerikaans land) dat geen geld uitgeeft aan de onzinnige defensie. Weg ermee, met de militairen. We hebben dus ook niet die dure JSF’s meer nodig. Weg ermee.
Dan, mevrouw de voorzitter, kom ik bij het Koninklijk Huis. Ik stel eenvoudig voor: schaf het af. Dat maakt het werken makkelijker. Het spaart ook nog eens miljoenen uit.
En dan de immigratie, waar de heer Wilders zo om vroeg. Ik ben voor het Canadese systeem: als je iets kunt, ben je welkom. Natuurlijk, mevrouw Halsema, zijn daar uitzonderingen op te verzinnen, zoals: je bent geslagen of gemarteld in je eigen land, je wilt daar weg, je komt in Nederland terecht. Maar wat ook zo iemand moet worden gevraagd is: wat kúnt u? Als hij wat kan, is hij welkom.
Met deze woorden wil ik eindigen.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen