dinsdag 24 januari 2012

311. Slot op mijn lippen

Pastoor Engelbertus van de St. Claraparochie te Dirkswoud heeft me gezegd: ‘Ik wil van mijn hart geen moordenaarskuil maken, maar wat de mensen soms bij me komen biechten...!’ Het is inderdaad een grote belasting voor de heren clerici, dat biechten en daar niks over mogen zeggen. Aan de andere kant: ze hebben de rampspoed over zichzelf afgeroepen, er staat niets over in de bijbel.
We zaten in de voorkamer van zijn oude pastorie, tussen de bijna levensgrote kruisbeelden en de kitscherige schilderijen in hun protserige lijsten. De pastoor maakte een fles Glühwein open, want ‘dat is een typisch drankje voor de ware katholiek, dus het mag, al is het een dagelijkse zonde. Proost!’
‘Maar wat je soms te horen krijgt in je biechtstoel, jongen, het vuigste van het vuigste! Lager kan een mens toch niet zinken, denk je wel eens, en dan stap je de volgende middag je biechtstoel weer in, en dan komt er iemand met een nóg vreselijker verhaal. En het enige dat ik kan doen, is zeggen: doe maar tien weesgegroetjes en tien onzevaders. Terwijl zo iemand rechtstreeks het gevang in zou moeten. Maar daar kan ik nou juist niets aan doen. Het biechtgeheim, hè. Drink je glas eens leeg, dan krijg je een volgende portie.’
‘Neem nu die moord op Magda van Dieren van anderhalf jaar geleden. Daar ben je zelf bij geweest indertijd, aan de Noordervaart. Een van haar buren, ik zeg niet wie het was natuurlijk want dat mag ik niet doen, komt bij mij in de biechtstoel, verleden week vrijdag, en die man biecht me op dat hij zich al lange tijd had lopen ergeren aan haar slechte spel op die viola da gamba. Zó zitten ergeren dat hij haar tenslotte heeft verdronken in de vaart, en daarna het krukje waarop ze zat en haar viola achter haar aan in het water heeft gegooid. Hij moest het eens zeggen, zei hij me, want hij zat met zichzelf in de knoop over dit voorval. Ik zeg hem: ga alsjeblieft naar Leo Goossens en beken dat je het gedaan hebt. Maar dat was ook weer niet de bedoeling. Kom, drink je glas eens leeg!’
‘Ja jongen, wij moeten als geestelijken heel wat doorstaan. Ik heb nog wel overwogen om zelf naar Leo te gaan en in bedekte termen te vertellen wat die buurman mij heeft gebiecht. Proost en wel moge het je bekomen! Maar ik kon zo gauw niet bedenken wat ik Leo dan precies zou moeten zeggen. Lekkere wijn is dit, niet? In mijn miskelken zit altijd ruby port. Ja, een katholiek moet eerst en vooral goed voor zichzelf zorgen, zeg ik altijd.’
Ik weet niet of het de bedoeling van de pastoor was, in elk geval heb ik geen last van enig biechtgeheim, dus ben ik naar Leo Goossens gegaan op het politiebureau en heb hem het verhaal verteld.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen