zaterdag 28 januari 2012

315. Je moet het met tact doen

‘Kijk, ik woon alleen, in de duinen bij Egmond. Ik heb niemand om voor te zorgen en niemand zorgt voor mij. Mijn familie is al dood. Mijn vrienden zijn ook al dood, ik heb de laatste vorige maand begraven op Westerveld. Mijn kapitaaltje slinkt ook, dat had ik nog georven van mijn vader. Maar ik zie er evengoed nog knappies uit, vind je ook niet? Voor een vent van 58. Ik ga nooit naar de kapper, nee, want ik houd er niet van als anderen onbevoegd aan je kop zitten te knippen en te styleren. Dat houd ik zelf wel bij, met een spiegel.’
‘Maar allenig ben ik niet, hoor! Ik ga een keer of tien twintig per jaar naar Amsterdam, en dan ga ik naar dat kroegje op de Brouwersgracht, en daar zit ik dan. Dan wacht ik en wacht ik en dan komt er vanzelf een vrouw binnen en ik zeg: ‘Adinda!’ Dan is het afwachten natuurlijk. Ze moet reageren met een vraagteken op haar voorhoofd, dat is het mooist. En dan zeg ik: ‘De boekenbeurs in ’s Gravendeel, 1992!’ En dan heb je weer een kortstondig contact.’
‘Je moet niet een zeer prachtig vrouwtype kiezen, natuurlijk, of een vrouw die er op uit is om bekeken te worden. Je moet ook geen getrouwde vrouwen hebben. Die zijn gemakkelijk te herkennen aan hun haar in combinatie met hun mantel. Nee, je moet een gemiddeld soort vrouw kiezen, niet lelijk als een karbouw maar ook niet Oostindisch mooi. Ze moet wel bovengemiddeld intelligent zijn, daar heb je de leukste gesprekjes mee. En ik doe dat helemaal niet voor de seks, ik doe dat voor de leukigheid.’
‘Vorig jaar loop ik op het Rokin en ik zie een leuke vrouw, donker haar, want daar houd ik wel van. Ik weet niet hoe het komt, maar op blonde vrouwen val ik niet. Dan denk ik: ga je haar eens verven. Maar op het Rokin zeg ik dus: ‘Adinda!’ tegen die vrouw. Zij zegt direct ‘Herman!’ terug. Nou heet ik Gerard. Gerard van der Welp, van Van der Welp B.V., vroeger. We hadden een drukkerij en we drukten van alles, totdat we  over de kop gingen. Dus ik zeg: ‘Ja! Ken je me nog, van de boekenbeurs in ’s Gravendeel, 1992?’ ‘Ja!’ zegt ze, ‘hoe zou ik de Nabokovjes vergeten!’ Dan weet je dus dat je met een intelligente vrouw van doen hebt en ik begin wat in het Russisch te zeggen, zo van palangni Kruzjtsjev ok Romanov. Afijn, dat ging zo vijf minuten door. Ik zeg: ‘Zullen we naar de kroeg gaan?’ Zij zegt: ‘Oké, maar ik moet eerst dit pakje nog thuis brengen. Daarna kom ik naar de kroeg.’ Ik dus naar de Brouwersgracht. Ik wachten, en ze komt niet. Maar het was evengoed een geslaagd kortstondig contact met een aardige vrouw.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen