vrijdag 27 januari 2012

314. Alsof ze het wisten

Ik ben gisteravond naar Leo Goossens geweest, de politieagent te Dirkswoud. Ik had ook overdag naar het politiebureau kunnen gaan, maar het praat wat gemakkelijker bij hem thuis. Ik heb hem verteld over de moord op Magda van Dieren en hij zei: ‘Dat had ik wel gedacht...!’
Leo is een man van de zero tolerance. Wat niet mag, mag niet, en wie het dan toch doet, krijgt met Leo te maken. ‘Vorig jaar waren vier jongens van Kabel en van Groepsma, Kabel is de schilder en Groepsma is de loodgieter, waren ze aan het voetballen midden op de Kerkweg. Zo’n spelletje waarbij ze alle vier een steen of een tegel op een lastige plaats neerzetten, daaroverheen doen ze hun jas of hun trui en dat is hun doel. Wie z’n doel drie keer door de bal wordt geraakt, heeft verloren en wordt uit het spel gehaald. Goed, daar waren ze mee bezig en er komt een auto aan, die moet remmen voor de bal en een van die jongens. Die auto raakt van de weg en ramt het hek voor het huis van mevrouw Korenaar. Mevrouw Korenaar is van Kerk en Samenleving, en die gaat klagen bij de burrie. Dus de burrie komt naar mij toe en zegt: dat voetballen op straat moet afgelopen wezen! Ik zeg: oké. Het is ook levensgevaarlijk, want ze hebben alleen maar oog voor de bal. Een voorbijrijdende bromfiets of een auto zien ze niet. Dus ik ga naar Kabel toe en naar Groepsma op een woensdag, net na de middag, want dan zijn die jongens wel thuis, dacht ik. Waren ze ook. Ik zeg: jongens, dat voetballen op straat, dat kan niet meer. Voetballen doe je op een veldje, ergens. Waar geen auto’s en brommers komen. Ja meneer, zeggen ze beleefd. Ik loop de volgende middag, even na vieren, dus na schooltijd, de Kerkweg op om de nieuwe voetbalwet te controleren, en ik zie in de verte een bal de straat op schieten. Ik zet er een sprintje in en wat zie ik: geen voetballende Kabeltjes en Groepsmaatjes. Ook nergens een bal. Maar ik zie wel die vier doelen staan, met nog een trui en drie jassen over die doelen. Dus ik neem die kleding in beslag en ik ga terug naar het bureau. Ik kom binnen en wil een kopje koffie gaan zetten, gaat de telefoon. Mevrouw Kabel aan de lijn met het verhaal dat twee jassen van haar zoons worden vermist! Of ik daar iets van wist. Ik vraag: hoe lang worden ze al vermist? Twee dagen, zegt ze. Nou is mevrouw Kabel de slechtste niet, dus ik zeg: stuurt u uw zoons maar, dan haal ik die jassen uit de Verloren Voorwerpen. En zegt u hetzelfde maar tegen mevrouw Groepsma. Ja jongen, je moet het met tact doen, het politiewerk.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen