maandag 12 juli 2010

251. Doet u dat alstublieft niet!

Rouw. Een maand geleden ging Alice dood, en wat er daarna met me is gebeurd, ‘valt met geen pen te beschrijven’, zoals je dat zegt. Het is natuurlijk wel te beschrijven. Op de eerste plaats ben ik acht kilo afgevallen, omdat ik de eerste drie weken na haar dood nauwelijks nog at. Ik ben pas een week geleden weer begonnen enigszins normaal te eten. Hoe dat komt? Ik kookte altijd de maaltijden voor Alice en mezelf. Ik kan betrekkelijk goed koken. Ik had er simpelweg geen zin meer in om maaltijden alleen voor mezelf te maken.
Verder heb ik veel gehuild, soms onverwachts, op openbare plaatsen, maar vooral thuis.
Een medewerker van de Thuiszorg afdeling Egmond van de firma Evean, waar zowel Alice als ik veel aan hebben gehad, vertelde me de dag na haar overlijden dat ze ook een rouwverwerkingsafdeling hadden. Ik kon vier maal één uur met iemand praten. ‘Laat ik dat maar niet doen,’ zei ik.
‘Het doet veel goed,’ zei die jongeman.
Ik zei maar: ‘Ik heb er geen zin in.’
Het verdriet moet met de tijd wegebben, geloof ik. Doet het dat niet, dan kan ik altijd mezelf nog van kant maken. Zeker moet je (ik bedoel natuurlijk: ik) niet gaan praten met iemand die Alice nooit gekend heeft, die mij ook nooit eerder gezien heeft en die niets van onze relatie wist. Zo iemand kan alleen zeer algemene raad verschaffen, en aan algemene raad hebben wij mensen niets. Ik stel me bijvoorbeeld voor dat ik haar (want het zal wel een vrouwspersoon zijn) zou vertellen over ons beider liefde voor oude muziek, en dat ik dat aspect van mijn verhouding met Alice zeer zal gaan missen. Wat moet ze daarover vertellen? Dat ik ook eens naar Frans Bauer moet luisteren, want die heeft zulke zalige liedjes?
Daarover, over die oude muziek (Bourgondische muziek, Franco-Vlaamse polyfonie, Engelse renaissancemuziek), schrijf ik nu gewoon door op mijn Op droeve toon-stukjes. Alice krijg ik er niet meer mee terug, maar het helpt een beetje.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen