vrijdag 20 november 2009

110. Heren, zoekt u het maar uit

Soms wil het niet goed lukken. Ik kwam vanochtend om acht uur uit bed, want de schilder zou langskomen voor mijn voordeur. Die was in het voorjaar al geschilderd, maar toen kwam er een bui aan, die het schilderwerk verregende. Het was vanochtend mooi weer, dus nu kon het wél.
Ik was vast van plan meteen een stukje te schrijven. Daar ligt het niet aan. Daar ligt het bij mij nooit aan, want met het beleid zit het wel snor. Ik streef ernaar elke dag een stukje klaar te hebben rond het middaguur. Daarna kan ik tevreden achterover leunen, wat rondkijken in mijn reader of wat lezen in een e-boek (gewone boeken lees ik bijna niet meer, al zal ik vanaf volgende week woensdag deel III van Karel van het Reve’s Verzameld Werk met graagte gaan lezen).
Maar je hebt van die dagen dat het tegenzit. Dat meneer geen inspiratie heeft. Toch moet er een stukje komen, dat is een zedelijke verplichting.
Voordat ik verder ga met zeuren over dergelijke dingen (die u toch niet interesseren) zij hier nog vermeld dat de aardige grijze poes die soms naar je toe komt lopen op de hoek bij de kerk, blijkens zijn halsband Grijsje heet en hoort op het adres Torenstraat 27.
God, wat een marteling is dat toch: wel kunnen schrijven, maar geen onderwerp hebben.
Vanochtend zei die schilder, nadat ik de deur had opengedaan: ‘Dank voor uw medewerking, meneer.’ Zou het daardoor komen dat ik vandaag nauwelijks een woord op papier krijg, zo’n onverdiend compliment? Het moet bijna wel, want iemand anders heb ik niet gesproken vanochtend.
Vroeger (tot april 2002) kon ik het gooien op mijn depressiviteit, als ik eens een dag of een week of zelfs een maand lang niets geschreven had. Maar depressief ben ik niet meer, ik ben tegenwoordig een betrekkelijk vrolijke Frans. Ik maak wel nooit een grapje in het openbaar, maar ik herken de grappigheid van de anderen, en daar kan ik ook om lachen. Zo waren er vanmiddag in de supermarkt (ik heb wortelen en uien gekocht, want ik ga straks hutspot maken) bij de kassa’s zeer lange rijen wachtenden. Dat kwam a) door een mevrouw die ik in gedachten altijd ‘de barones’ heb genoemd, en die het niet eens was met de cassière over het berekende bedrag; volgens de barones was er een artikel in de reclame, en was er het normale bedrag berekend; en b) door een meneer bij een andere kassa die stond te delibereren met een cassière over twee broden: ‘Maar dit is gewoon volkoren!’
Daar zie ik het grappige van in. Maar verder zoekt u het maar uit, dames en heren. Met excuses voor de slechte titel. Dat ook nog eens.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen