maandag 8 februari 2010

191. Ruim even de hele boel op

Vanochtend was mijn werkster, Marja van der Bosse, er weer. Ze is 51 jaar, getrouwd, moeder van enige kinderen, zeer knap om te zien, en ze heeft bijna elke week een andere spoeling door heur haar. Nu weet u meteen waaraan u deze stukjes te danken heeft: ik hoef bijna niets te doen in mijn huis. Ik doe alleen de boodschappen, ik kook, was af en doe de kleren. De hele rest wordt door Marja gedaan op de maandagochtend.
Ik doe de deur altijd op een kier, dan kan ze zo binnenkomen, en ze zegt dan als eerste: ‘Ha, die Ben! Ruim even de hele boel op.’ Daarmee bedoelt ze de tien of twintig boeken die wekelijks op de tafeltjes en op de vloer terecht komen en daar bedoelt ze ook mee: alles wat er op de computertafel staat. Dat moet ook even weg, want dan kan ze die tafel een beurt geven. Ik werk daar graag aan mee, want ik houd van orde en netheid.
Vanochtend zei ze: ‘Laat de boel de boel maar, Ben.’ Ze ging zitten, bijna huilend, en ik vroeg wat er aan de hand was. Ze zei: ‘Mijn man Geert wil geen nieuwe spoeling meer. Hij wil dat ik mijn gewone kleur haar weer krijg.’
‘Zal ik hem even bellen?’ vroeg ik.
‘Nee, doe dat maar niet.’
Ze vertelde hoe zij en Geert er gisteren, zondag, de hele dag ruzie over hadden gemaakt. Ik maakte nog enige opvoedkundige opmerkingen in de zin van: zo zijn mannen nu eenmaal, ze willen hun meisje terug hebben.
‘En ik had zulk lelijk haar,’ zei Marja, ‘lichtbruin, dun, sluik rothaar!’
Toen ging ze aan het werk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen