vrijdag 26 februari 2010

209. Het is jammer

Het koerling (niet te verwarren met curling) is een van de oudste, een van de zwaarste en een van de moeilijkste wintersporten die wij in Nederland kennen. Wij vroegen de Dirkswoudse juryvoorzitter Pieter Zwaan (82) om uitleg.
‘Het koerlen gaat zo, jongeman. Ten eerste moet het vriezen, ten tweede moet het gesneeuwd hebben, maar met die sneeuwmachines van tegenwoordig lukt het zo ook wel. Dan zet je een parcours — het koer, noemen we dat — uit van twee meter breedte en dertig meter lengte. Zie je dat voor je?’
Jazeker.
‘Van twee meter breedte en dertig meter lengte, met hier de beginstreep en dertig meter verderop de eindstreep, die we ook wel de koerlijn noemen. Op de beginstreep staan wij van de jury met een weegschaal. Op de koerlijn ligt een ijsbal van 10 centimeter doorsnee. De koerler staat klaar op de beginstreep. Op een sein van de scheidsrechter rent hij naar de koerlbal toe — zie je dat voor je?’
Jawel.
‘Hij wentelt nu de koerlbal door de sneeuw, driemaal de afstand overbruggend, terug, heen en terug, en plaatst de natuurlijk veel groter geworden koerlbal op de weegschaal. Ook wordt de tijd opgenomen. Dit geheel wordt driemaal gedaan, met drie koerlballen dus. Aan het eind heb je het gewicht van de drie koerlballen, dat tel je op bij de tijd die de koerler erover gedaan heeft, en dat is de uitslag voor die koerler. Zie je dat voor je?’
Ik zie het helemaal voor me.
‘We hebben Erica Terpstra van het NOC/NSF al meerdere keren gevraagd naar Dirkswoud te komen om de wedstrijden eens te bekijken, maar ze kon steeds niet. We hebben Mart Smeets afgelopen maand juli gevraagd om te komen kijken naar de zomertraining van onze koerlers, ze doen die training met modder, een zeer zware training. Want wij hebben met ons koerling Olympische pretenties, ziet u wel?’
Ik zie het.
‘Maar niemand komt kijken! Die lui hebben andere dingen aan hun hoofd.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen