vrijdag 12 februari 2010

195. Een cabaretier die de kleinere zaaltjes zou bespelen

Toen ik twaalf dertien veertien jaar was, had je nog net geen Bram en Freek. Die kwamen pas toen ik een jaar of zestien geworden was, ik heb ze toen een keer zien optreden in zaal Diligentsia in Alkmaar (ik noem alle zalen zo, als ik hun naam niet meer weet). Ik moest er niet bijzonder om lachen, ik noemde die twee meteen Dram & Preek. Dat bleek later goed te kloppen.
Zulk soort cabaret wilde ik dus niet maken. Ik wilde geen cabaret met een mening, ergens over. Een mening hebben we allemaal, vond ik, dat is niet iets speciaals om uit te dragen.
Maar ik wilde cabaretier worden. Het leek mij een fijn bestaan, zoals Frènk van der Linden wel gezegd zal hebben dat hij zijn hele leven al interviewer wilde worden. Nietwaar, je gaat zitten tegenover de moordenaar, en je vraagt hoe fijn het plegen van de moord was. Niet dat je ooit iets aan het licht brengt, want je bent geen onderzoeksjournalist. De psyche van de moordenaar, daar gaat het je om. En die tover jij met slimme zinnetjes voor het voetlicht. Ik heb ook nooit iets gezien in die interviews van Bibeb.
Maar ik wilde dus cabaretier worden, een man die een avond vol oudehoert, maar zonder dat hij zijn mening over iets geeft. Deze speciale beperking levert je toch wel goede kansen op een behoorlijk repertoire, leek me, zoals ook de beperking die dit blog in zich draagt soms aardige passages oplevert.
Maar ja. Door mijn gebrekkige geheugen moest ik alles eerst opschrijven en door datzelfde gebrekkige geheugen vergat ik altijd waar alles lag. Ja, tegenwoordig weet ik dat ik alles wat ik schrijf behoorlijk moet opbergen, maar dat weet je niet als je veertien bent.
Van mijn avondvullende show weet ik me nog maar één grapje te herinneren. Ik speelde daarin een leraar Engels, die zei: ‘Ik stationneerde me op het Waterlooplein, I was at the Waterloo Station.’
Ik vond dit zeer vermakelijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen