vrijdag 30 oktober 2009

89. Het graf in

Vanavond was Raymond van de Klundert (bijgenaamd Kluun) bij Pauw & Witteman. Hij had nu een boekje geschreven, in het kader, dacht ik, van de Week of de Maand van het Spiritualisme, God is gek. Je moet tegen zijn stijl kunnen, ik kan er niet tegen, dus ik zal zeker dat boekje niet kopen. Kluun beklaagt zich in dat boekje over, zegt hij, de arrogantie van het atheïsme. Nietwaar, wij zeggen, je bent een ouderwets iemand als je na 1859 nog in God gelooft. Dat zeggen wij alleen maar, wij zeggen helemaal niet: je mag niet in God meer geloven. Wij zeggen: het is, gezien de feiten, onverstandig als je in God gelooft.
Van enige arrogantie is geen sprake. Wij laten slechts de feiten spreken. Vandaag bijvoorbeeld nog hadden wij zo’n feitje: het licht van een van de oudste sterren is gesignaleerd. Dat licht is 13,1 miljard jaar oud. Nagenoeg zeker weten wij dat die ster 630 miljoen jaar na de Big Bang is uiteengesprongen, hij geeft nu nog gammastralen af.
Hoe verhoudt zich dat tot de teksten der bijbel? Tot het geloof in Jezus, tot het geloof in Abraham, Mozes of de profeet Daniël? Dat verhoudt zich daarmee in het geheel niet.
Het is een veel interessanter verhaal dan dat verhaal over die armoedige kruisiging, die trouwens misschien nooit heeft plaatsgehad. Dat verhaal is dan ook opgeschreven 65 tot 120 jaar na die feitelijke gebeurtenis (die misschien niet eens een gebeurtenis was), door christenen. Geen ooggetuigen, niets.
Laat ik het zo zeggen. Als u wilt geloven dat Jezus voor ons is gestorven, dan mag u dat best. Als u wilt geloven dat de moraal een stuk beter wordt als we allemaal christenen worden, dan mag u dat ook. Maar beschuldig ons niet van arrogantie, als we met een miljoen of een miljard tegenargumenten komen.
Die tegenargumenten zijn er ook niet om uw christendom te ontkennen, die tegenargumenten (wij noemen het liever: argumenten) zijn er om de wetenschap vooruit te brengen.
Voorts zou het u, christenen, passen terughoudend te zijn. Na de 20ste eeuw, met zijn holocaust en zijn Russische kampen en zijn Cambodjaanse moordpartijen. Ja, zegt u nu, die zijn allemaal niet door christenen uitgevoerd! Nee, inderdaad. Maar u geloofde wel in een God, die dat allemaal had kunnen tegenhouden. Een God die dat niet tegenhield.
Die God van u was dus niet almachtig. Of hij was een ongelooflijke klootzak. Niet almachtig, zullen we dus maar zeggen.
Wat blijft er dan, in vredesnaam, nog over van die God? Niets. Helemaal niets.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen